In een park in ‘haar’ stad Rotterdam komt ze aanlopen. Skinny jeans, ruimvallende blouse, vaalzwarte jas. Ze tuurt op het scherm van haar telefoon en roept opgetogen, met Rotterdamse tongval, dat dit de beste plek is om Pokémons te vangen. Dan verontschuldigt ze zichzelf, want ze weet ook wel dat dat dorky is, maar gamen maakt haar nu eenmaal rustig. Thuis heeft ze een PlayStation, op straat heeft ze haar telefoon. “Het is lekker om op die manier op te gaan in de omgeving,” legt ze uit. “Ik hoef niet zo nodig de hele dag met alles en iedereen in contact te staan, dat gamen is een fijne manier om me af te sluiten.”
‘IK BEN PUSHY IN HOE IK DINGEN WIL. ALS SHENTA IETS NAAST MIJN SPULLEN ZET, HAAL…
