De reden van onze reis is allesbehalve leuk, maar het is wel bijzonder om alleen met mijn meisje op pad te gaan. Ze is nu bijna twee en begint al behoorlijk te brabbelen. Naar alles wijst ze met haar vinger. “Wat’s dát?” klinkt haar piepstem. In het vliegtuig kijkt ze verwonderd om zich heen, alsof er te veel ‘wat’s dát’s’ zijn om alles aan te kunnen wijzen. Als we opstijgen, tuurt ze door het ronde raampje en roept geschrokken: “Kijk, mama, kijk, kijk!” Met een blik van: dit moet je zien, anders geloof je me niet, kijkt ze me aan. “Hoog!”
Als ik mijn broers grote armen om me heen voel, kan ik wel janken “Ja, we vliegen omhoog, Liva. Naar de wolken.” Ademloos kijkt ze naar de stad onder…
