Een werelddeel als Europa een ‘continent’ noemen, lijkt in eerste instantie een talige conventie te zijn waar geen risico aan verbonden is. Zij profiteert van de sinds de achttiende eeuw ingesleten dwaling van cartografen en geografen om samenhangende landmassa’s continenten te noemen, alsof de uitgestrekte grondgebieden van het vasteland vergaarbakken waren die van wat erop ligt en erop wordt opgericht ‘inhouden’ zouden maken. Sinds de planetaire moderniteit, waarvoor de reizen van Columbus en Magellaan de weg hebben bereid, zouden we moeten weten waarom we ons de relatie tussen inhoud en vergaarbak omgekeerd moeten voorstellen. De effectieve vergaarbakken die de naam continens, het ‘bijeenhoudende’ verdienen, zijn de globale zeeën, die men naar de Griekse wereldrivier okeanos noemde, terwijl de grote landmassa’s welbeschouwd geen continenten, vergaarbakken, containers zijn, maar inhouden, contents, door…