In de magistrale, steeds uitdijende romancyclus De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden studeert hoofdpersoon Albert Egberts een aantal jaren filosofie. Een nieuw deel van de cyclus, Kastanje a/d Zee, eerder in beperkte oplage verschenen, vertelt over de eeuwige strijd met zijn rivaal Hans Krop, alias Krophans. Deze is in dit boek bijvakstudent filosofie, of gezien de jaloezie van de hoofdpersoon misschien beter: alleen maar bijvakstudent.
Toch speelt filosofie in deze roman geen rol, of het zou het boek van Lacan moeten zijn dat tijdens een college wijsgerige antropologie op de grond valt. Verder bevinden we ons in een wereld zonder enige redelijkheid of reflectie: een rijk vol begeerte, banaliteit, botte lust en blinde afgunst.
Zeker, tot de filosofische traditie behoort ook de in het openbaar masturberende Diogenes en…
