Vliegen. Spinnen. Slangen. Vulkanen. Hangbruggen. Al mijn angstvlaggen gaan wapperen als gevraagd wordt of ik voor een reisverhaal naar Costa Rica wil. Wil ik niet, kan ik niet, durf ik niet, denk ik, terwijl ik mezelf ‘mag ik daar even over nadenken?’ hoor piepen. Want Costa Rica is natuurlijk ook een land van eindeloze stranden en tropical forests (jungle mag ik het niet noemen, bijt de gids in Costa Rica ons later toe, dat is een Disney-verzinsel), van zonnig weer en een laidback gevoel – pura vida (mooi leven), weet je wel. Een Hof van Eden, dat besef ik ook. Kijk, ik ben een vrouw met vele angsten. Dat zie je niet, want ik rol verder koel als een komkommer door het leven, maar die angsten zitten stevig op de…