“Mijn hoofd doet gek”, zegt Wout Holverda. Het is de winter van 2017 en hij staat in de gracht van het stadion van Sparta Rotterdam. Sparta heeft gespeeld en verloren. Het is een graad of vijf, Holverda heeft een dik, gewatteerd jack aan met het embleem van Sparta erop. Om zijn nek zit een rood-witte sjaal geknoopt. Een geur van sigaretten hangt om hem heen. Holverda speelde hier zelf, bij Sparta, in de jaren tachtig. Sindsdien is hij fan. Vandaag is er geen winst, maar ja, treuren doet hij sowieso niet. “Ach,” zegt hij met een lach, “morgen ben ik het toch weer vergeten.”
Holverda heeft bovendien andere zorgen. Kópzorgen. Met horten en stoten is hij in een verpleeghuis beland. Thuis wonen gaat niet meer. Hij noemt de toekomst één…
