Je kunt het één niet hebben zonder het ander. Of het nu wit, grijs, oranje of blauw is, zacht of hard als steen, er ligt er altijd wel eentje in de buurt. Overal, onder alle weersomstandigheden, zelfs in de meest afgelegen uithoeken. Op de Faeröer is het meer dan een passie; het is een eeuwenoude traditie. Waar een veld is, Champions League-afmetingen of postzegelformaat, daar is zeker een bal. En vice versa. “Onze hoogste competitie bij de mannen begon in 1942 en wordt sindsdien jaarlijks gespeeld, behalve in 1944… Omdat er geen ballen meer waren. Het was oorlogstijd, dus het was onmogelijk om nieuwe te importeren. Misschien liggen daarom nog steeds overal rondzwervende ballen: we willen niet dat dit nog een keer gebeurt.” Paetur Clementsen lacht en zet dan zijn…