Nog niet zo lang geleden cirkelde het Nederlands clubvoetbal rond het afvoerputje van Europa. Een paar rondjes verwijderd van het riool. Ingehaald door landen als Zwitserland, Tsjechië, Turkije, België, Oekraïne en Oostenrijk, met Denemarken, Israël en Cyprus op de hielen. Maar de voorbije drie jaar werd een herrijzenis ingezet van Bijbelse proporties. Nederland klom van veertiende op de coëfficiëntenranglijst van de UEFA naar zevende: de hoogste notering in vijftien jaar. En de blik kan omhoog. Voor het eerst in dertien jaar gaat Nederland zonder afvallers de Europese poulefases in. Met vijf clubs. Dat zijn vijf kansen om de voorsprong op onder meer Schotland, Oostenrijk en Rusland verder uit te bouwen en vijf kansen om de achtervolging op Portugal en Frankrijk in te zetten. Overwinningen in de Conference League brengen ondanks…