CADEAU (geschenk)
Het woord cadeau kreeg Nederland cadeau van Frankrijk. De eerste betekenis was ‘versierde hoofdletter’. Heel vroeger moesten boeken nog met de hand worden geschreven. Van de eerste letter van een hoofdstuk maakten monniken een waar kunstwerk. In het Latijn is het woord voor hoofd en hoofdstuk caput. In een Frans dialect, het Provençaals, is daar kapdel van gemaakt. En dat werd weer cadeau. Later kreeg cadeau de betekenis ‘een mooie tekst die je iemand schenkt’. En nog later ‘geschenk’ in het algemeen.
GEZELLIG (knus, aangenaam)
Als het gezellig is, voelt het warm en goed, en ben je met ánderen. En dit samenzijn komt ook terug in het woord, want een gezel is een ander woord voor vriend of kameraad. Ooit ontstond blijkbaar de behoefte om het fijne wij-gevoel…