PASPOORT (officieel reisdocument)
Paspoort komt van het Franse passeport, dat je heel letterlijk moet lezen: passeer een ‘port’ (haven). Nu reizen mensen vooral met de auto of het vliegtuig, maar vroeger ging dat vooral per boot, want die bestaan al heel lang. Voordat je aan boord ging, moest je eerst je identiteitspapieren laten zien aan de douane in de haven.
VAKANTIE (periode dat je niet naar school of werk hoeft)
Het woord vakantie vindt zijn oorsprong in het Latijnse vacatio, dat betekent vrij zijn, geen verplichtingen hebben. Ooit bedoelde men dat in deze periode de rechtbank dicht was, dus de belangrijkste instantie was gesloten. Nu vind je vakantie heel gewoon, maar zo lang bestaat deze luxe nog niet. Vroeger waren de mensen eigenlijk altijd aan het werk en hadden ze…
