Wolfje ligt in bed, maar hij kan niet slapen. Het onweert. De donder dondert en de bliksem flitst. Beng! Flits! Beng!
Wolfje kruipt onder zijn bed. Daar kan het onweer niet komen. Zijn vader, de grote Boze Wolf, komt binnen.
”Wolfje, waar ben je?” vraagt hij.
”Hier,” zegt Wolfje van onder het bed. ”Ik was een beetje bang voor het onweer.”
”Bang?” roept de grote Boze Wolf. ”Een wolf mag niet bang zijn. Ik ben toch ook nooit bang! Nee, wij wolven maken anderen bang, biggetjes bijvoorbeeld.
Dus kom onder dat bed vandaan!”
De volgende dag wandelt de grote Boze Wolf naar het huis van de drie biggetjes.
Hij gaat ze eens lekker bang maken.
”Boe!” Uit de struiken springt iets langs en wits… De grote Boze Wolf valt van…