Knabbel en Babbel wonen in een fijn boomholletje. Op een ochtend wordt Babbel vroeg wakker. Hij hoort geritsel. En voetstappen. Wie loopt daar rond de boom? Een beest, denkt Babbel. Het is vast een beer.
Krr, krr, hoort Babbel nu. Dat klinkt als knagen. ”O nee! Een beer met grote tanden,” bibbert Babbel.
”Knabbel!” roept hij. ”Help! Ik hoor enge geluiden. Er zit een monster bij de boom!”
Knabbel doet zijn ogen open en steekt slaperig zijn hoofd uit het boomholletje.
”Ik zie geen monster,” zegt hij. ”Alleen Kobus Konijn.”
”Echt waar?” piept Babbel.
”Echt waar!” zegt Knabbel.
Babbel durft nu ook naar buiten te kijken. Hij zucht van opluchting. ”Wat een geluk! Dan kunnen we naar oma eekhoorn die vandaag jarig is.”
Maar Knabbel schudt zijn hoofd.
”Nu hoor…
