SLANG = SCHROKOP
Een slang kauwt niet. Als het etenstijd is, doet hij zijn bek wagenwijd open en werkt-ie z’n prooi in z’n geheel naar binnen. Daarna volgt nog een zware klus voor de vreetzak: de vertering.
Een slangenbek bestaat uit meerdere botten die los van elkaar kunnen bewegen. Hierdoor kan zo’n waffel superver open en past een groot beest er makkelijk in. Het doorslikken kan wel uren duren. Jouw boven- en onderkaak zitten aan elkaar, hierdoor doe je dit kunstje niet na.
Eenmaal doorgeslikt, komt de prooi na een tochtje door de slokdarm bij de plaats van bestemming terecht: de maag. Hier wordt-ie gemarineerd in sterke verteringssappen, zoals zoutzuur. De slangenmaag krijgt alles klein. Vlees, botten, haren en zelfs hoeven en hoorns. Het papje reist verder naar de dunne darm, waar…