Als iemand blij is, ben ik blij. Of eigenlijk: ben ik blij voor diegene. Ik ga er vaak nog nét een tandje harder in dan die ander zelf. Als James z’n toetsweek goed heeft gedaan, kan ik daar dagenlang euforisch over zijn, honderd keer zeggen: ‘jeetje, wat was dat fijn, wat goed, wat ben ik blij dat het goed ging, echt fijn hè James, zo fijn’. Tot vermoeiens aan toe. Vooral voor hem. Of toen hij laatst moest optreden. In een rockcafé. Zie je Marco en mij daar staan tussen die zwarte T-shirts, lange haren, keiharde gitaren? Totaal niet onze muziek, maar hij deed het zó goed. Daar kan ik op blijven teren.
Maar als het om mezelf gaat, ben ik veel vlakker. Te nuchter opgevoed denk ik. Dan heb…
