‘Ik zei altijd: als mij zoiets overkomt, ben ik weg. Maar weet je? Toen het gebeurde, deed ik niets’ De eerste twee weken dat Tessel (toen negentien) en haar vriend samenwoonden, was hij lief. Zorgzaam. Hij vroeg hoe haar dag was, gaf haar een kus als ze thuiskwam. Ze ontmoetten elkaar in een hostel in Londen, waarTessel was voor een citytrip met een vriendin. ‘Ik zat toen niet goed in mijn vel,’ verteltTessel erover. ‘En hij overlaadde me met complimenten: ik was zo leuk, zo lief.’ Nu, vier jaar later, in retroperspectief, denkt ze: hij voelde het aan. Hij voelde aan dat ze makkelijk te bewerken was. Een paar weken na die ontmoeting waren ze een stel en woonden ze samen – op zijn initiatief, want hij had toevállig net…
