Samana: ‘Als ik terugdenk aan mijn geboorteland Afghanistan, dan denk ik vooral aan onze mooie tuin. Dat was een soort dierentuin vol kippen, katten, honden, konijnen en duiven. Die tuin was ons domein, daar leefden we. Maar de oorlog was er ook, altijd. Er zaten kogelgaten in de buitenmuren van ons huis, de bovenste verdieping was beschadigd door raketten. Ook als er geen actieve oorlog was, voelde het altijd onveilig. Je raakt eraan gewend, maar je bent je er continu van bewust: ik kan elk moment doodgaan. Als iemand in de buurt hoorde dat er iets stond te gebeuren, wist meteen de hele wijk het. We gingen bij elkaar langs de deuren: pas op, er dreigt gevaar, blijf binnen. Als er geschoten werd, maakte het niet uit waar je op…