Ik ben behoorlijk uitgesproken. De gemiddelde boomer zou mij misschien wel ‘stoere meid’ of ‘pittig wijf’ durven noemen. Uiteraard termen die ik met afgrijzen zou aanhoren, maar ik snap het. Ik ben niet op m’n mondje gevallen, heb overal een mening over, durf best veel, doe ook best veel en heb een flinke portie schijt. Maar echt honderd procent schaamteloos, nee. Totaal niet.
Ik weet heus wel dat het een modern streven is voor ‘het pittige wijf’ om volledig schaamteloos, taboedoorbrekend, emmers vol schijt hebbend het leven door te marcheren. Schijt aan de maatschappij, schijt aan het patriarchaat, schijt aan de norm, schijt aan wat anderen van je vinden, schijt aan wat je ouders denken, schijt aan de overheid. Man, dat klinkt me goed in de oren. En ja, ik…
