‘Dus ja, nee, we zeggen geen nee meer,’ zegt F. met een gelukzalige glimlach die ik niet helemaal vertrouw, want zojuist is haar zoontje op de grond gaan liggen. Hij schreeuwt en spartelt. Hij wil namelijk nog een stuk cake, terwijl hij al twee stukken opheeft. De dochter zit bij mij op schoot. Ze kijkt me even aan en trekt een gezicht alsof we in de dierentuin naar copulerende apen kijken: een beetje verwondering, een beetje verbazing, een vleug afgrijzen. Ik haal mijn schouders op. Begin zelf aan mijn derde stuk cake.
‘Dus je zegt nu geen nee,’ zeg ik. ‘Nee,’ zegt F. ‘Ik geef hem gewoon een andere keus. Zo vermijd ik het woord.’ Ze kijkt even naar haar zoon, dan weer naar mij. Ze ziet er moe uit.…
