Ingmar Heytze is zo’n dichter die je, wanneer je hem leest, vaak hoort spreken. Zeker in gedichten uit Postkamer, niet in de laatste plaats door de vaak sterk afwijkende vormen van de gedichten. In veel brieven, plus een enkel whatsapp-bericht of telegram, wil de dichter vooral over zijn leven communiceren. Brieven aan bijvoorbeeld de materie, een manege, de koning, de oorzakelijkheid, de huisbaas, over mijn schoonmoeder tot aan ansichtkaarten toe. Door onderwerp en stijl lezen Heytzes gedichten vaak alsof ze hem zo zijn komen aanwaaien en hij deze alleen maar even hoefde op te schrijven.
De brief rekt Heytze soms ook uit tot een (zeer) kort verhaal. En dan krijgen ook de koning daarvan, A.L. Snijders, een brief, net als vakgenoten Ester Naomi Perquin, Toon Tellegen en Hans Dorrestijn.
Regelmatig…
