Wanneer Gert Jakobs (52) op zijn praatstoel zit, berg je dan maar. Het ene na het andere smeuïge verhaal rolt uit zijn mond, vanonder zijn karakteristieke kale schedel opgedist met glimmende pretogen. De Drent, in een lichtgrijs verleden veertien jaar meesterknecht in het profpeloton van onder meer Erik Breukink en Jean-Paul van Poppel, heeft een bewogen leven achter de rug. Vijf keer startte hij in de Tour de France, vier keer haalde hij de eindbestemming Parijs. “Soms was ik na drie dagen al zo naar de kloten, dat ik direct naar huis wilde”, zegt Jakobs. Maar dat was natuurlijk uitgesloten. Want de Tour is hét podium voor de wielercoureur, hoe onmenselijk soms ook. “Het is retezwaar. Als je in de eerste paar dagen drie keer op de grond hebt gelegen,…