Allerlei grote en kleinere rampen hebben eeuw na eeuw hun sporen nagelaten in de Nederlandse geschiedenis. Lokaal of landelijk, met verwoesting in een flits of langdurig ontregelend. Overstromingen, hongersnood, epidemieën, branden en explosies, maar ook trein-en vliegtuigongelukken, veroorzaakten schokgolven in de samenleving. Typisch voor het laaggelegen Nederland is uiteraard het eeuwige gevecht tegen ‘de waterwolf’. Van de Sint-Elizabethsvloed in 1421 tot de Watersnoodramp van 1953, keer op keer wordt het kustgebied getroffen door watermassa’s die mens, dier en dorp verzwelgen. Neerlandica en filosofe Lotte Jensen is zeer geïnteresseerd in de ontwikkeling van onze nationale identiteit: wat kenmerkt de Nederlander? Ze legt uit waarom overgeleverde bronnen over rampen, zoals liederen en treurdichten, preken en pamfletten, schilderijen en monumenten, een goudmijn zijn voor haar onderzoek. ‘Communicatie over en “verbeelding” van een catastrofe…
