Irene (74) moest haar pasgeboren kindje afstaan ‘Aan de bevalling op mijn meisjeskamer heb ik nauwelijks herinneringen’
Als zestienjarig meisje deed Irene Hill afstand van haar pasgeboren baby. Ze hoopte toch ooit contact met haar te krijgen. Dertig jaar later was het zover. “Uw dochter wil u ontmoeten, las ik.”
f092-01.jpgf093-01.jpg

“Mijn toenmalig vriendje en ik hadden één of twee keer met elkaar gevreeën, toen ik niet meer ongesteld werd. Ik durfde het aan niemand te vertellen, maar toen al mijn kleding niet meer paste, moest ik wel. Op de verjaardag van mijn vader kon ik het niet langer voor me houden. ’s Avonds heb ik het mijn ouders verteld. Zij schrokken heel erg, maar ik kan me niet herinneren dat ze boos waren. Eerst ontstond het idee dat mijn twintig jaar oudere halfzus en haar man mijn baby samen met hun eigen kinderen zouden opvoeden. Ze waren echter bang om later afstand van het kindje te moeten doen. De huisarts begon over de mogelijkheid van afstaan en dat was wat er ging gebeuren: ik zou na de geboorte afstand doen van mijn kindje en dat zou beter zijn voor iedereen. Zo werd het gebracht.

Het was 1968, de pil was er nog maar net en de wet op adoptie was twaalf jaar daarvoor ingevoerd. In die tijd werden kinderen veelvuldig afgestaan. Een zwangerschap zoals de mijne was een grote schande. Thuis waren ze gelukkig lief voor me. Ik was het nakomertje van mijn ouders. Mijn moeder was 44 toen ik werd geboren, mijn vader tien jaar ouder. Zij hadden beiden een volwassen kind uit een eerder huwelijk. Met elkaar vormden we een warme familie.”

Groot geheim

“Mijn moeder nam me mee naar Moederheil, een klooster waar meisjes in mijn situatie werden opgevangen en konden bevallen. Een stijve non met een streng gezicht gaf ons een rondleiding.

Op de terugweg zei mijn moeder: ‘Hier kan ik jou niet achterlaten. We doen het zelf.’ Dat het zomervakantie was kwam goed uit, want niemand mocht het weten. Het verhaal voor de buitenwereld was dat ik naar een kostschool ver van huis ging, omdat mijn verkering uit was en mijn ouders niet wilden dat ik hem nog zou zien. Tot aan de bevalling moest ik naar een andere omgeving.

Ik dook een aantal weken onder bij mijn zus in Noordwijk. Toen mijn zwangerschap te veel opviel, brachten mijn ouders me naar Duitsland, waar ik een maand verbleef bij een oom en tante die ik nauwelijks kende. De heimwee was groot. Ik was nog maar een kind, maar ik hield me flink. Ik vond dat ik blij moest zijn dat ik zo werd geholpen, dus niet zeuren. De laatste zes weken van mijn zwangerschap zat ik thuis op mijn zolderkamer verstopt. In volledige eenzaamheid leerde ik voor mijn staatsexamen. Dagelijks reed mijn moeder met mij, verstopt onder een deken, naar een bos buiten de stad voor een wandeling.

Een vriendinnetje wist als enige van het grote geheim. Zij kwam eens per week langs om te vertellen over school. Ik miste mijn klasgenoten en vrienden verschrikkelijk.

Afstand doen is mij altijd voorgehouden als de enige en beste oplossing. Als het voorbij was, kon ik weer verder met mijn leven. Dat klinkt nu kil en ik kan me deze gedachte zelf ook bijna niet voorstellen, maar zo was het. Mijn ouders zeiden steeds: ‘Je kunt je er niet aan hechten.

Het is beter voor het kindje. Wij kunnen er niet voor zorgen en jij moet een toekomst hebben.’ Achteraf denk ik dat mijn moeder zichzelf ook zo heeft toegesproken. Aan de bevalling heb ik nauwelijks herinneringen. Het was thuis op mijn meisjeskamer. Ongezien en zonder afscheid te nemen werd de baby door de vroedvrouw meegenomen. Mijn ouders stonden voor het raam toen zij met mijn dochtertje in een deken gewikkeld wegreed. Ik weet niet meer zeker of ik heb gehuild. Er werd nauwelijks meer over gesproken. Soms, als mijn moeder en ik de hond uitlieten, zei ze dat het goed was zo. Alles was gericht op mijn toekomst; op mijn examen halen en gaan studeren. Nadat ik zogenaamd vanwege heimwee was teruggekomen van de verzonnen kostschool pakte ik mijn leven weer op, al voelde ik me wel drie jaar ouder dan mijn leeftijdsgenoten. Ik was net zeventien, maar na alles wat er was gebeurd was ik geen kind meer.

Tijdens mijn studie werd ik lid van de studentenvereniging. Ik maakte vrienden, maar ging elke relatie uit de weg. Verder dan een beetje zoenen durfde ik niet te gaan. Een jaargenoot bij wie ik me veilig voelde, was de eerste aan wie ik mijn grote geheim durfde te vertellen. Tot mijn opluchting reageerde hij begripvol. We kregen een relatie in dezelfde tijd dat mijn vader ernstig ziek werd. Ik wilde hem geruststellen met de wetenschap dat ik goed terecht was gekomen en dus besloten we te trouwen. Mijn vader overleed enkele maanden later.

Na ons afstuderen startten mijn man en ik met een derde collega een gezamenlijke praktijk. Toen ik zwanger werd, kwamen de herinneringen aan mijn eerste zwangerschap naar boven. Gelukkig kon ik er met mijn man over praten. Bovendien overschaduwde de vreugde over de komst van dit nieuwe kindje wat mij als zestienjarig meisje was overkomen.

Behalve mijn ouders, halfbroer en -zus en mijn man wist niemand dat dit niet mijn eerste kindje was. Hoewel mijn moeder, zo vertelde ze later, bang was voor wat deze zwangerschap teweeg zou brengen en dat alles terug zou komen, gebeurde dit niet.

Ik weet nog hoe trots ik me juist voelde met mijn dochter en hoe blij ik was omdat ik haar nu wél mocht houden. Vrij snel raakte ik opnieuw zwanger, nu van een zoon. Mijn huwelijk hield geen stand. Toen de kinderen kleuters waren, gingen we uit elkaar. De man die ik enkele jaren later ontmoette en met wie ik tien jaar samen ben geweest had drie kinderen uit een eerder huwelijk. Om het weekend waren ze alle vijf bij ons en in de schoolvakanties gingen we met z’n allen met de vouwwagen kamperen. De rust die in mijn leven kwam, maakte dat ik steeds vaker dacht aan mijn eerste dochter. Zij was toen twintig en had dezelfde leeftijd als de oudste zoon van mijn man. De gedachtes aan Isa, zoals ik haar in mijn boek Stilgezwegen noem, waren er altijd wel, maar op de achtergrond. Nu lieten ze zich niet meer tegenhouden. Hoe zou het met haar gaan?”

‘De eerste stap was elkaar een brief schrijven. Maar wat schrijf je aan je dochter die je nog nooit hebt gezien?’
f095-01.jpg
(visagie: nicolette brØndsted.)

Hereniging

“Ik heb het Fiom gebeld, omdat ik graag wilde weten hoe het met Isa ging. Misschien wilde ze me ontmoeten? Ik werd teruggebeld met het bericht dat ze geen behoefte had aan contact. Wel had ze toestemming gegeven om mij te laten weten dat het goed met haar ging. Ze had het fijn bij haar adoptieouders en broer. En ze had een eigen paard; geweldig, dat was een onvervulde wens van mij. Dat ze geen contact wilde was een teleurstelling, maar het belangrijkst was dat het goed met haar ging. Ik heb doorgegeven dat ik haar alle ruimte gaf en dat ik er zou zijn, mocht ze toch ooit contact wensen. In die tijd heb ik mijn zoon en dochter over Isa verteld, tijdens het lopen van het Pieterpad. Ik vond dat heel spannend. Ze waren tieners, hoe zou dit bij hen vallen? Ik was opgelucht toen ze vooral verbaasd en nieuwsgierig reageerden. ‘We hebben nog een zus!’ Dat we Isa nog niet echt in ons leven hadden, moesten we respecteren. Wie weet later, al durfde ik daar niet meer op te hopen.

In 1995 overleed mijn tweede man. Ik was toen 44 en had dezelfde leeftijd als mijn moeder had toen ze mij kreeg. Vier jaar later verhuisde ik naar mijn ouderlijk huis om voor mijn dementerende moeder te zorgen. Later in datzelfde jaar vond ik een brief van het Fiom op de deurmat. Mijn ogen bleven hangen bij de zin: ‘Uw dochter wil u ontmoeten.’ Een explosie van blijdschap. De eerste stap voorafgaand aan een ontmoeting was elkaar een brief schrijven. Maar wat schrijf je dertig jaar later aan je dochter die je nog nooit hebt gezien? Mijn belangrijkste boodschap was dat ik me er zo op verheugde om haar te ontmoeten en dat ik me goed herkende in haar liefde voor paarden.

Naarmate de hereniging dichterbij kwam, groeide ook de spanning. Herkennen we elkaar? Vindt ze me leuk? Je haalt je van alles in je hoofd.

Gespannen zat ik in de wachtkamer van het Fiom tot een begeleider me ophaalde om naar boven te gaan. Daar zat ze. Het liefst had ik haar vastgepakt, maar we gaven elkaar onwennig een hand. Ik kon niet stoppen met naar haar kijken. Wat was ze prachtig. Omdat het direct klikte, hebben we op een terrasje honderduit verder gesproken over onze levens, ouders en hobby’s. We raakten niet uitgepraat. Korte tijd later kwam Isa bij mij thuis. Ze wilde zien waar ze was geboren en ze wilde mijn moeder ontmoeten. Ik krijg nog kippenvel als ik daaraan denk. ‘Ach, wat hebben we jou aangedaan,’ zei mijn moeder. Isa reageerde liefdevol. ‘Ik ben heel goed terechtgekomen, hoor.’ Toen ik Isa meenam naar mijn slaapkamer, daar waar ze is geboren, werd dat een heel bijzonder moment en het begin van onze relatie zoals die nu nog steeds is.”

Bijzondere familie

“Wat ik helemaal niet had verwacht, was dat ook Isa’s adoptieouders mij graag wilden ontmoeten. Dat hoor je niet vaak. Ik schaamde me een beetje. Wat zouden ze van me vinden? ‘Voor ons was het een cadeau dat we een dochter kregen,’ zeiden ze. Dat zij het zo hebben ‘opengemaakt’ tussen ons maakt me heel dankbaar. Zoiets is niet vanzelfsprekend. Ik ben inmiddels twaalfenhalf jaar getrouwd met Frans, een weduwnaar en adoptievader van twee zoons. Ik mag van geluk spreken dat Isa en ik elkaar weer hebben gevonden en dat het contact zo goed is gebleven. Het was een grote eer dat ik op Isa’s bruiloft het bruidspaar mocht toespreken. Isa woont momenteel met haar man in het buitenland, haar dochter studeert hier. We hebben geregeld contact en zien elkaar als ze in Nederland is. Isa noemt mij Irene. Haar adoptiemoeder is haar moeder. En zo hoort het ook. Isa’s adoptievader is enkele jaren geleden overleden, maar met haar moeder heb ik nog steeds goed contact. Mijn twee andere kinderen met hun gezinnen zijn in de kerstvakantie samen met Isa en haar dochter op wintersport geweest. Isa’s dochter (22) organiseerde dit jaar op Moederdag een lunch voor haar twee oma’s en haar moeder. Dat zijn speciale dingen die me trots maken. Wat overheerst is iets unieks: we zijn een grote, bijzondere familie. Waar ik Isa’s bestaan vele jaren heb verzwegen, ben ik sinds onze hereniging heel open. Ik heb drie kinderen van wie ik zielsveel hou.”