“Het begon toen ik mijn baan opzegde na de geboorte van onze oudste. Dat was niet de bedoeling. Ik was gek op mijn werk – ik was directiesecretaresse op een makelaarskantoor – en we hadden al voor opvang gezorgd. Maar ons kind bleek een lichte handicap te hebben, waardoor de zorg veel zwaarder werd. Een periode hebben mijn ouders bijgesprongen, maar die konden het amper handelen. Dat mijn man zijn baan zou opzeggen, was geen optie: hij verdiende veel meer dan ik, zonder zijn inkomsten zouden we onze hypotheek niet meer kunnen betalen. Er zat niets anders op: ik werd fulltime huisvrouw, iets wat altijd een nachtmerrie voor me was geweest. Niet omdat ik het erg vind om thuis te zijn, de status mis of me verveel bij mijn kinderen – na Dennis volgden er nog twee – maar omdat het me afhankelijk maakte. En ik had me voorgenomen dat nooit te laten gebeuren. Ik ben opgegroeid met een moeder die volledig op mijn vader leunde, zowel financieel als op andere gebieden.
Dat was voor mij een schrikbeeld. Hun liefde was vervlogen en mijn vader legde het vaak aan met andere vrouwen – en hij deed niet eens zijn best om dat te verbergen. Want mijn moeder zou toch niet bij hem weggaan: ze had alleen de huishoudschool en was getrouwd op haar negentiende, dus veel te onzelfstandig om op eigen benen te staan. Al jong wist ik dat dit niet mijn voorland zou worden, dus zette ik me keihard in op school. Ik wilde per se een goede opleiding en dito baan.”
IMPULSIEVE ACTIE
“Totdat ik mijn man ontmoette, had ik nooit samengewoond: ik had een eigen huis en mijn eigen salaris. Nooit zou ik in dezelfde gevangenis belanden als mijn moeder. Voor mijn man heb ik uiteindelijk – pas na drie jaar – mijn eigen huis opgegeven. Ik vertrouwde op onze toekomst samen. Evengoed wilde ik blijven werken, want ‘je weet maar nooit’. Tot alles anders liep en het duidelijk was dat mijn plek voortaan thuis was. Mijn eigen betaalrekening zegde ik op: er kwam toch niets meer op binnen. We leefden van het geld van mijn man, die alle financiën aan mij overliet. Ik denk dat ik drie maanden niet meer werkte toen ik voor het eerst wat geld van hem achteroverdrukte. Bij het boodschappen doen pinde ik wat extra geld, vijftig euro, en stopte dat niet in de huishoudportemonnee, maar in een vakje in mijn tas.
Het was een impulsieve actie, ik had geen idee waarom ik het deed. Maar ik vond het wel een rotidee dat ik geen eigen geld meer had, en ik dacht bij thuiskomst: als ik eens iets wil kopen waar ik mijn man geen uitleg over wil geven, dan kan dat nu. Het sloeg nergens op, want hij vertrouwt me volkomen en laat me volledig vrij met zijn geld. Als ik een leuk jurkje zie, kan ik dat kopen, of het nu twintig of tweehonderd euro kost. Hij weet dat ik goed voor ons gezin zorg en ons geld niet over de balk smijt. Toch smaakte dat geld dat ik achterhield naar meer en een paar weken later deed ik het opnieuw. Ik spaarde ook kleine dingen: ik kocht zegels en bij een vol boekje hield ik het geld voor mezelf. Als ik iets voor de kinderen in de uitverkoop kocht, stopte ik het verschil in mijn laatje.
‘BIJ DE BOODSCHAPPEN PINDE IK VIJFTIG EURO EXTRA VOOR MEZELF’
Het bedrag groeide en dat gaf me een veilig gevoel. Mijn man had nooit iets door, hij zou pas aan de bel trekken als er heel grote bedragen zouden verdwijnen. Maar normale pinacties beschouwt hij als onschuldig, hij zal me daar nooit over ondervragen. Ik besefte wel degelijk hoe raar ik bezig was en besloot te stoppen als ik vijftienhonderd euro had. Maar ik deed het niet. Ik spaarde door, zonder dat iemand ervan wist én zonder dat ik er een bedoeling mee had.
Want ik hield van mijn man en dat doe ik nog steeds. We hebben een geweldig gezin, zijn trots op al onze kinderen en een breuk tussen ons is iets waar ik rationeel geen rekening mee houd.
Waarom heb ik inmiddels dan toch al zo’n veertienduizend euro onder in mijn kledingkast?
Ik kan het niet verklaren. Ik zou er contant een auto van kunnen kopen. Maar dat doe ik niet, ik bewaar het alleen.”
PUUR BEDROG
“Ik voel me er schuldig over. Hoewel mijn man en onze kinderen al die jaren niets tekort zijn gekomen en dit geld is dat anders op onze gezamenlijke spaarrekening zou staan, is het toch bedrog. En gevaarlijk: stel dat ons huis afbrandt of dat er inbrekers komen die het vinden? Dan is het weg, voorgoed. En als mij wat overkomt en ze vinden het, wat zullen ze dan wel niet denken?
En toch: het lukt me niet te stoppen of om het geld weer terug te sluizen naar onze gezamenlijke portemonnee. Soms probeer ik dat laatste en pak ik vijftig euro uit mijn la om er boodschappen van te doen. Als ik dan sta te koken met ingrediënten die ik heb betaald van mijn gestolen geld, voel ik me tevreden. Maar altijd komt er een moment dat ik me er vervelend over voel dat mijn geld is geslonken en ik het weer aanvul. Op dit moment kan ik het bedrag redelijk stabiel houden. Maar vorige zomer had ik een inzinking – door een vriendin die ernstig ziek was – en heb ik als uitlaatklep honderden euro’s extra gespaard. Wat ik er ooit mee moet of hoe ik me moet verantwoorden tegenover mijn man als het ooit uitkomt: ik weet het echt niet. Ik weet alleen dat mijn geldhamsterdrang iets is waar ik me niet tegen kan verzetten.”

SCAN HIER DE QR-CODE
VOOR NOG MEER REAL LIFEVERHALEN. ■
