
Amé (41): ‘Mijn oma was net overleden. Ze had twee jaar lang in een verpleeghuis gelegen na een beroerte, half verlamd en niet meer in staat te praten. Het was verschrikkelijk, voor een vrouw die tot die tijd volop in het leven stond, intensief sportte en iedereen de oren van het hoofd kletste. De middag na haar overlijden kwam de hele familie verslagen bij elkaar in haar appartement. De sfeer was drukkend, we zetten koffie en smeerden broodjes die niemand van verdriet door zijn keel kreeg. De stilte voelde zwaar, dus probeerde ik de sfeer wat luchtiger te maken. Toen een oom vroeg of ik nog contact had met mijn ex met wie het nogal onstuimig was geëindigd, zag ik dat als een dankbaar gespreksonderwerp en flapte er met wat drama uit: ‘Nee zeg, ik zou een rolberoerte krijgen als die opeens weer voor mijn neus stond!’ Het werd ijzig stil in de kamer. Iedereen keek me aan. En toen pas drong tot me door wat ik had gezegd. Ik wilde nog zeggen dat ik het zo niet bedoelde, maar dat voelde als mosterd na de maaltijd, die mijn opmerking alleen nog maar erger zou maken. De rest van de middag heb ik grotendeels mijn mond gehouden. Het is inmiddels twintig jaar geleden en niemand heeft er ooit iets over gezegd, maar ik voel nóg buikpijn als ik eraan denk. Sindsdien weet ik: stiltes hoeven niet altijd gevuld te worden.”
‘Ik wilde de sfeer wat luchtiger maken’
‘Laat los wat je niet meer nodig hebt’
Marieke (56): “Met lichte tegenzin zette ik me aan yoga. Het zou zó goed voor me zijn, prevelden vriendinnen die me al mijn hele leven alle ballen hoog zagen houden, behalve die van ontspanning. Het beviel me na een les of tien wonderwel, tegen al mijn verwachtingen in. En zo zaten we in stilte in lotushouding, ogen dicht, serene rust. Tot: prrrt. Hárd. Vanaf mijn matje, diep uit mijn schoot. Ik voelde het bloed naar m’n wangen stijgen en kon mezelf wel voor mijn kop slaan voor de chili con carne van de avond ervoor. Niemand zei iets, behalve de docent, die droogjes opmerkte: ‘Laat los wat je niet meer nodig hebt.’ De hele groep schoot in de lach, ik ook. Sindsdien is dat mijn levensmotto. Yoga blijkt dus tóch iets voor mij.”
‘Omstanders wisten niet of ze moesten lachen of helpen’
Vanessa (36): “Onze herdershond Ollie is dol op sneeuw. Dus toen het eindelijk wit was buiten, nam ik hem samen met de kinderen en de slee mee naar buiten. Aan de rand van onze wijk ligt een dijkje. Mensen waren er zelfs met ski’s in de weer, iedereen genoot. In een opwelling bedacht ik dat Ollie het misschien wel leuk vond om onze slee te trekken. Het leek me hoe dan ook een geestig filmpje voor Instagram. Ik bond het touw van de slee aan het tuig van onze Ollie, ging uit veiligheidsoverwegingen eerst zelf zitten om ’t uit te proberen en gaf mijn oudste zoon van acht mijn telefoon om te filmen. ‘Toe maar!’ riep ik, Ollies commando dat hij vrij mag rennen. Doet-ie toch niet, dacht ik, en zo wel, dan hooguit een paar passen, tot hij erachter komt dat hij vastzit aan de veel te zwaar beladen slee.
Ik zette me een stukje af met mijn voeten om de slee in beweging te krijgen. Ollie hoefde geen kracht te leveren, greep zijn kans en denderde het dijkje af. Levensgevaarlijk, vooral voor hem, hij had wel onder de slee kunnen belanden. Mijn jongste kinderen sprongen geschrokken aan de kant, omstanders wisten niet of ze moesten lachen of helpen. Halverwege de afdaling besloot ik me zijwaarts van de slee te storten, om een finish in de sloot onderaan te voorkomen. Daarop stopte Ollie gelukkig meteen. ‘Is dit een sport die jullie trainen?’ knipoogde een vader die me overeind hielp. ‘Nee hoor’, antwoordde ik zo kalm mogelijk, ‘dit lijkt me niet iets waarvoor ik aanleg heb.’ De hond had de tijd van zijn leven, mijn kinderen ook, en ik heb drie dagen spierpijn gehad. Het filmpje dat mijn oudste maakte, heb ik bestempeld als highly classified, maar doet het nog altijd goed op besloten feesten en partijen.”
‘‘Wat leuk, dat jullie weer samen zijn!’ riep ik’
Danisha (42): “Een vriendin van mij heeft een behoorlijk actief liefdesleven. Elke paar maanden zien we met onze vriendinnengroep wel een nieuwe vlam voorbij komen. Altijd een beetje hetzelfde type: donker haar, baardje, charmante glimlach. Op de nieuwjaarsborrel die we met vijf vriendinnen en hun gezinnen traditiegetrouw houden, kwam ze binnen met haar nieuwste aanwinst. Ha, die ken ik, dacht ik. Een ex, hij was zelfs weleens met ons mee geweest naar een etentje, wist ik me te herinneren. Enthousiast stapte ik op hem af. ‘Wat leuk, dat jullie weer samen zijn!’ riep ik en gaf hem een dikke knuffel. Verbaasd keek hij me aan. Toen pas viel het kwartje: dit was niet de vorige, dit was de nieuwe. Had ik weer. ‘O nee wacht, jij bent natuurlijk de man over wie mijn vriendin altijd zo lief praat!’ probeerde ik de boel te redden, wat het natuurlijk alleen maar erger maakte. De rest van de avond stelde de vriendin me plagend voor aan iedereen, die we natuurlijk al lang kenden: ‘Dit is mijn lieve vriendin Danisha, ze houdt mijn liefdesleven beter bij dan ik.’ Sindsdien check ik altijd even de naam, het gezicht en de status van de mannen die ze meeneemt – al blijft deze vlam al twee jaar plakken.”
Cheyenne (35): “Het was mijn eerste kerst met de schoonfamilie. Gourmetten, naar goed Nederlands gebruik, aan een tafel zoals je die kent uit Amerikaanse series. Er was zeker plek voor twintig mensen, en elke plek was gevuld: mijn kersverse schoonouders aan het hoofd aan beide kanten. Ik zat op de hoek, pal naast mijn schoonvader. Dat was al ongemakkelijk genoeg, want waar ging ik het de hele avond met de beste man over hebben? Mijn vriend zat drie stoelen verder. Iedereen zat al uitgebreid te bakken, toen ik me verslikte in een stuk stokbrood. In een reflex pakte ik het eerste glas dat ik zag om het weg te spoelen, goot het in één keer achterover en proefde daarna pas dat het geen water was, maar de witte wijn van mijn schoonvader. Verbijsterd keek hij me aan, waarop ik zijn lege glas hief en naar de rest aan de kolossale tafel stamelde: ‘Nou ja, proost dan maar?’ Hij moest er gelukkig om lachen, maar mijn schoonmoeder vond het ‘niet zo charmant’. De rest van de avond heb ik keurig water gedronken. Uit een fles, mét dop erop. Sindsdien vraag ik bij elk familiefeest eerst even: ‘Is dit mijn glas?’ Veiligheid voor alles.”
‘In één kéér goot ik zijn glas achtérovér‘
‘Voortaan zeg ik gewoon niets meer tussen de lakens’
Desiree (44): “Mijn eerste scharrel na mijn scheiding; ik vond het nogal wat. Alles was nieuw, spannend, en een beetje onwennig na een huwelijk van vijftien jaar. Maar Alex was te leuk om te laten lopen en zo lagen we in bed, toen ik tijdens een intiem, verliefd moment zijn naam wilde fluisteren… en die van mijn ex Edwin noemde. Ik hóórde het mezelf zeggen, te laat om er iets tegen te doen. Alex richtte zich op en keek me aan met een blik die ik niet direct kon plaatsen. ‘Eh, al die klinkers ook; ik bedoelde jou natuurlijk’, piepte ik. Dit was het, dacht ik, nu is-ie weg. Maar terwijl hij een lach probeerde te onderdrukken, zei hij: ‘Zal ik mijn naam maar gewoon op mijn borst tatoeëren? Dan kun je spieken.’ Ha, voortaan zeg ik gewoon helemaal niets meer tussen de lakens. Dat noem ik pas safe seks.”

‘Koortsachtig keek ik of ik de mail nog kon annuleren’
Monique (52): “Als leidinggevende bij een communicatiebureau werk ik regelmatig met freelancers. Leuke mensen, geweldige baan, maar wel uitgesproken mensenwerk. Dus toen ik voor een campagne mijn collega instrueerde over welke copywriters ze kon inzetten, typte ik ongecensureerd over hun persoonlijkheden. ‘Lara werkt hard, maar je moet tussendoor wel controleren of ze de juiste toon pakt, Jolande zou dit heel goed kunnen, maar is wel slecht met deadlines, dus je moet haar wel op het hart drukken dat ze op tijd moet leveren!!!!’ Met zo veel uitroeptekens, ja. Ik typte er nog even de e-mailadressen onder van de betreffende copywriters, drukte op send… en zag toen dat ik Jolande als geadresseerde had genoteerd, in plaats van mijn collega. Verzonden, niets meer aan te doen. Koortsachtig keek ik of ik de mail nog kon annuleren, maar daar was geen sprake van. Dus sprak ik de voicemail van Jolande in, stuurde haar een e-mail vol mea culpa’s – nu wél expres aan haar gericht – en hoopte maar dat ze niet zou ontploffen. Gierend van de lach belde ze me terug. ‘Is wel zo’, zei ze droogjes, totaal niet boos en leverde haar campagneteksten een week te vroeg in.”
Charlotte (47): “Voor de kerstboodschappen besloten mijn vriendin en ik op te splitsen in de supermarkt. Ieder een kar, de boodschappenlijst verdeeld, lekker praktisch. Ik was net klaar bij het wijnschap, toen ik haar op de kop van het pad zag staan voor de melkvitrine, in haar dikke, groene winterjas. Om de kerststress te doorbreken, sloop ik op haar af en knuffelde haar van achteren zoals alleen geliefden dat doen. ‘Even een kus voor mijn liefje’, fluisterde ik richting haar nek. Mijn ‘vriendin’ liet haar pak melk pardoes uit haar handen vallen en verstijfde compleet. In dezelfde seconde rook ik het, letterlijk: dit was niet mijn vriendin. Dezelfde jas, vergelijkbare haardracht, maar een ander parfum – en nu ik goed keek, ook andere schoenen én een handtas die mijn vriendin nooit droeg. De vrouw draaide zich langzaam om, met grote ogen, en ik stamelde iets als: ‘Pardon, ik dacht écht dat u iemand anders was.’ Ik weet niet wie roder werd, zij of ik. Mijn geliefde stond twee meter verderop, had het hele tafereel aanschouwd en kwam niet meer bij van het lachen. Ik heb nog aangeboden de melk van de vrouw te vergoeden na mijn ongewenste intimiteiten, maar ze wilde alleen maar zo snel mogelijk weg. Sindsdien kijk ik altijd twee keer voordat ik mijn vriendin wil overvallen. En zij plaagt me nog steeds als ik boodschappen ga doen: ‘Doe de groeten aan je zuivelvrouw!’”
‘Ik weet niet wie roder werd, zij of ik‘
Maaike (39): “Ik trek het niet meer, al die hysterische moeders met hun voedingstips, typte ik aan een bevriende schoolpleinmoeder. In de klassen-app van groep 6 was zojuist een mededeling verstuurd dat de bijdragen aan het schoolkerstdiner zo gezond mogelijk moesten zijn en daarop regende het antiallergische, glutenvrije en biologisch-rechtsdraaiende recepten.
De hypocrisie. Stouwden we onze kinderen thuis ondertussen niet collectief vol met kruidnoten en chocolademelk – een enkel geval waarin echt sprake was van allergie natuurlijk daargelaten? Gék werd ik bovendien van het continue gebliep van die app. De ene keer waren er gymschoenen kwijt, dan weer een broodtrommel. Of nog irritanter: antwoordde iedereen op de vraag van de klassenouder of iemand kon helpen versieren dat-ie níét kon. Zeg het gewoon als je wel kunt of houd anders je mond. Hebben al die vrouwen geen banen of zo? stuurde ik mijn vriendin er geërgerd achteraan, om mijn frustratie kracht bij te zetten. Drie minuten later: blauwe vinkjes en minstens tien reacties. Ik had het bericht verstuurd in de klassen-app en er was geen mogelijkheid meer het ongezien te verwijderen. In blinde paniek probeerde ik een excuus te bedenken dat al mijn tekst zou recht praten. Maar het leed was al geleden, dus besloot ik er maar gewoon een soort grap van te maken: Oeps, iets te snel, maar wat fijn dat we allemaal zo betrokken zijn als ouders, toch? Ik zag mezelf de rest van de schooltijd al eenzaam op het schoolplein staan, uitgekotst door iedereen. Maar gelukkig waren de meeste reacties lach-emoji’s. Een vader schreef met een knipoog: Ik ben zo blij dat mijn vrouw inderdaad een baan heeft, zodat ik mijn kinderen gewoon snoep kan geven na schooltijd. Wanneer komt jouw dochter bij ons spelen?
‘Ik zag me de rest van de schooltijd al eenzaam op het schoolplein staan’
Een aantal moeders kijkt me nog altijd met een scheve blik aan, maar dat waren toch nooit mijn vriendinnen geworden. En die groepsapp? Die heb ik mooi op stil gezet.”
TEKST JORINDE BENNER. FOTO’S: GETTY IMAGES. OM PRIVACYREDENEN ZIJN SOMMIGE NAMEN VERANDERD. DE ECHTE NAMEN ZIJN BEKEND BIJ DE REDACTIE. ■
