Op darter Michael van Gerwen is geen pijl te trekken SHREK HEEFT TREK
Drievoudig wereldkampioen Michael van Gerwen (36) kon je altijd blind als favoriet aanwijzen voor elk dartstoernooi waaraan hij meedeed. Maar tijden veranderen en hijzelf ook: na een scheiding, een vechtpartijtje hier en daar en een ingrijpende gebitsreconstructie is ‘Shrek’ zichzelf niet meer. Of juist weer wél? Voorafgaand aan het WK darts dat deze week in Londen van start gaat, is de Brabantse bravoure er nog steeds: “Phil Taylor is de grootste, maar ik ben de beste.”
f058-01.jpg

Opvallend goedgemutst staat Michael van Gerwen in zijn kenmerkende groene shirt de pers te woord. Het is een paar weken vóór het WK darts dat deze week in Londen van start gaat (11 december - 3 januari) en eigenlijk heeft hij er best wel zin in, zegt hij. Zo ziet hij er ook uit, dat hij er zin in heeft. Paar kilootjes lichter, frisse blik, een glimlach om de mond waar hij zich in korte tijd een paar keer aan heeft laten opereren: zijn vakantie naar Dubai, waardoor hij de laatste toernooien vóór dit WK miste, heeft hem duidelijk goed gedaan. Maar dat zegt natuurlijk niks als hij straks weer voor het bord staat. Of hij zijn eerste tegenstander kent, een 52-jarige Japanner met de prachtige naam Mitsuhiko Tatsunami? Nee, natuurlijk niet. Maar dat zou wel moeten uiteraard. Haal de eerste twee letters van zijn achternaam weg en je hebt met natuurgeweld van ongekende proporties te maken. Het zegt Michael allemaal niet zoveel, ook niet of ze in Japan met stokjes richting het bord gooien of met pijlen. Wat hij wél weet is dat Ally Pally, de liefkozende bijnaam van Alexandra Palace in Londen dat ook nu weer het decor vormt van het WK, een ‘gekkenhuis’ zal worden. “En het stinkt er naar bier!” antwoordt hij op de vraag wat zijn onbekende Japanse opponent nog meer kan verwachten. Alsof Tatsunami zelf niet weet hoe het er in het mekka van het darts aan toegaat. Jarenlang werkte hij in een dartscafé, in de stad Gifu waar hij regelmatig bier dronk én naar Van Gerwen keek. Tot diep in de nacht nog wel, maar dat krijg je natuurlijk met dat tijdsverschil.

Na een jaar vol rampspoed – een echtscheiding, tegenvallende resultaten voor iemand van zijn statuur en een paar vechtpartijtjes – zou je denken dat Michael met de ziel onder zijn arm voor de camera verschijnt. Maar Van Gerwen is Raymond van Barneveld niet. Anders dan bij ‘Barney’ zit zwelgen in zelfmedelijden niet in zijn aard. Sterker nog, hoe groot de problemen van Van Gerwen dit jaar naast het dartbord ook mogen zijn: de Brabantse bravoure krijg je er met geen moker uit. Hoor maar eens hoe hij over Luke Littler en Luke Humphries praat, de twee Lukes die als enigen boven hem op de wereldranglijst staan, maar dan ook wel met een straatlengte voorsprong. Littler, het 18-jarige wonderkind in het lijf van een gepensioneerde buschauffeur en Humphries, ‘Cool Hand Luke’, die tot de komeetachtige opkomst van Littler ongenaakbaar was aan het bord. Littler is, hoe jong ook, de huidige wereldkampioen en nummer 1 van de wereld, als jongste ooit. Ook op het aankomende WK lijkt niemand in zijn buurt te komen, al denkt Van Gerwen daar uiteraard anders over. Tegen Talksport, het grootste sportkanaal op You-Tube, zegt hij: “Ze zullen minder gaan winnen. Misschien niet dit of volgend jaar, maar niemand houdt dit jaar na jaar vol.” Bij elke andere darter zou je denken dat ie bluft, maar niet bij Van Gerwen: als iemand weet dat er na het zoet het zuur komt, is hij het wel.

f060-01.jpg

Met Phil Taylor, de beste darter ooit.

Puberhormonen

Michael is zelf pas 17 als hij voor het eerst een groot toernooi wint: de Winmau World Masters in 2006. Als je de beelden van toen ziet, zou je niet zeggen dat we het over dezelfde darter hebben. Smal koppie, blinkend harde stekels van de gel die je met gemak in de triple-20 zou kunnen gooien en hier en daar nog een verdwaald puistje door de puberhormonen die door zijn lijf gieren. Maar het talent is dan al onmiskenbaar, weet ook de gewezen Britse topper Martin Adams die hij in die finale verslaat. In Engeland, het dartswalhalla bij uitstek, is zijn reputatie dan ook meteen vooruitgesneld. Legendarisch is een interview dat een piepjonge Van Gerwen niet lang na het behalen van zijn eerste titel daar tijdens een ander toernooi geeft. Zijn Engels lijkt dan nog een beetje op het steenkolenengels dat we tot op dat moment alleen maar van Louis van Gaal kennen. Of hij de wereld wil laten zien hoe goed hij is, vraagt de interviewer. “Absoluut,” zegt Van Gerwen zonder blikken of blozen. “In de finale!” Nou vooruit, een guitig lachje kan hij ook niet onderdrukken waarmee de toon van de rest van zijn carrière al meteen is gezet.

f060-02.jpg

Michael van Gerwen toont weer gretigheid (en een nieuw gebit).

Dat hij met een gezonde mix van zelfspot en zelfvertrouwen geboren lijkt, blijkt ook bij het kindersportprogramma ZappSport dat er als de kippen bij is om Van Gerwen in die tijd als nieuwe Nederlandse dartsheld te omarmen. En zoals dat wel vaker in een kinderprogramma gebeurt: daarin kun je vragen stellen die je in een programma voor volwassenen, laat staan tijdens een dartswedstrijd, nauwelijks kunt stellen. Presentator Ron Boszhard: “Ben je niet bang dat je te dik wordt?” Van Gerwen: “Dat ben ik al!”

Jaren later in 2017, als Van Gerwen net zijn tweede wereldtitel heeft behaald, zoekt ook het Zapp Weekjournaal hem op in Newcastle, waar hij op dat moment een wedstrijd moet gooien. Het gaat daarin vooral over wat hij van zijn bijnaam vindt: het groene monster. Of nog erger: Shrek. Het doet hem allemaal niet zoveel, zegt hij vriendelijk: “Mensen mogen zeggen wat ze willen. Dat moet je allemaal niet te serieus nemen.” Maar dat groene shirt, vraagt presentatrice Milou Stoop zich af: waarom speelt hij eigenlijk daarin? Da’s toch een ongewone kleur voor een darter? Da’s puur bijgeloof, bekent Van Gerwen: “Ik speelde ooit in het roze en het zwart, maar toen verloor ik. Ik dacht dat dat aan mijn shirts lag, dus die heb ik nooit meer gedragen. Sindsdien draag ik groen en dat gaat eigenlijk best goed.”

Bijgeloof dus, dat kleeft ook aan het nummer waarmee hij altijd het podium opkomt: Seven Nation Army van The White Stripes.

Daarover doen overigens verschillende verhalen de ronde. Volgens een geluidstechnicus van het Engelse Sky Sports dat zo goed als elke dartswedstrijd uitzendt, brengt hij ‘Mighty Mike’ hiermee in 2012 op het goede spoor. Tijdens een soundcheck in een lege zaal zet hij het nummer op wat Van Gerwen tot in de catacomben kan horen. En hoe. Meteen hoort MVG, zoals zijn afkorting luidt, een denkbeeldig publiek zijn naam scanderen: Ooooh, Michael van Gerwen! Hij weet het dan eigenlijk meteen: dit moet zijn nieuwe opkomstnummer worden, niet dat nikszeggende housedeuntje waarmee hij tot die tijd opkomt. Althans, dat is dus het verhaal dat die geluidstechnicus graag in stand houdt: zelf heeft Van Gerwen een andere lezing. Volgens hem zou niemand minder dan Robin van Persie hem op het idee van het nummer hebben gebracht. In het AD zei hij twee jaar geleden dat dat deuntje van The White Stripes ook op de tribunes van Manchester United klonk, toen Van Persie daar nog de grote man was. Ooooh, Robin van Persie! zongen de supporters de Rotterdammer destijds toe, wat Van Gerwen ook prima in de oren klonk, maar dan voor hemzelf als hij de zaal betrad. Maar dan wel met zijn eigen naam, uiteraard.

f061-01.jpg
NA EEN JAAR VOL RAMPSPOED ZOU JE DENKEN DAT MICHAEL MET DE ZIEL ONDER ZIJN ARM VOOR DE CAMERA VERSCHIJNT. MAAR ZWELGEN IN ZELFMEDELIJDEN ZIT NIET IN ZIJN AARD
f061-02.jpg

Met Seven Nation Army van The White Stripes komt MVG het podium op.

f061-03.jpg

Een hug van de meester.

‘Het groene monster’

Dat nummer past hem ook meteen als een jas. “Veel darters hebben een saai nummertje,” zegt hij in datzelfde interview met het AD. Bijvoorbeeld de Belg Mario Vandenbogaerde die volgens hem altijd met een Belgisch nummer opkomt. Moet je dan die koppen van dat overwegend Engelse publiek zien, zegt Van Gerwen: “Die snappen daar helemaal niks van. Dat zou hetzelfde zijn als ik met een nummer van André Hazes opkom.” Hoe het ook zij: dat nummer van The White Stripes, dat mede door het gebruik van Van Gerwen miljoenen keren extra wordt gestreamd tijdens een WK darts, is inmiddels niet meer weg te denken bij ‘het groene monster’, net als de intro van Pink Floyd’s Shine On You Crazy Diamond dat daar nog eens aan voorafgaat. Maar dat hoort waarschijnlijk niet tot het collectieve geheugen van de gemiddelde dartsfan.

Zoals de meeste mensen ook niet weten dat het maar weinig scheelt of Van Gerwen raakt nooit een dartpijl aan. Het is dat hij, geboren in het Brabantse Vlijmen en opgegroeid in het naastgelegen Boxtel, weinig talent voor voetbal heeft en bijzonder gemankeerd over dat veld hobbelt, anders was er misschien wel een dartslegende aan hem verloren gegaan. In de Viaplay-documentaire Brothers in Darts, waarin hij samen met boezemvriend en mededarter Vincent van der Voort wordt geportretteerd door presentator Koert Westerman en commentator en dartsencyclopedie Jacques Nieuwlaat, deelt Van Gerwen een paar verhalen uit de oude doos. Bijvoorbeeld over het buurtcentrum in zijn dorp waar op woensdag- en zaterdagmiddag altijd werd gedart. “Dat vond ik leuk, want dat kon ik in ieder geval beter dan voetbal,” zegt hij. “Dan stond ik ook niet zo voor schut.”

Van der Voort, die deze maand 50 wordt en vorige maand door aanhoudende blessures zijn pijlen aan de wilgen schonk, ontfermt zich als een grote broer over Van Gerwen als die zijn eerste stapjes in het profcircuit zet. Als hij op fabuleuze wijze die Winmau Masters in 2006 wint, en een jaar later op nog fabuleuzere wijze een negendarter gooit tegen Raymond van Barneveld in Hengelo (het minimale aantal pijlen waarmee je een leg kunt uitgooien, wat als de heilige graal in het darts wordt gezien), zijn Vincent en Michael al vrienden. Samen gaan ze ook als twee van de eerste Nederlandse darters naar de PDC, de meest toonaangevende dartsbond ter wereld die ook het aankomende WK organiseert.

f062-01.jpg

Smakelijke anekdote

Voor het geld hoefden ze dat niet te doen, zegt Van der Voort in de documentaire: “Daar viel in die tijd echt geen dik belegde boterham te verdienen. Niet zoals tegenwoordig in ieder geval.” Hij vertelt een smakelijke anekdote over hoe hij en Van Gerwen ooit door Amerika trokken, waar in die periode veel dartstoernooien plaatsvonden. Van der Voort: “De vader van Michael speurde op internet naar de goedkoopste vluchten en hotels. Michaels moeder smeerde dan een zakje bolletjes voor ons voor in het vliegtuig. We hadden allebei een portable dvd-speler gekocht, maar we keken om de beurt op één zo’n ding, want dat scheelde weer batterij. Zo kwamen we dus in Las Vegas aan. Iedereen sliep daar in de mooiste hotels, van de Mandalay Bay tot ik weet niet waar, het ene met een nog mooier uitzicht dan het andere. Maar wij moesten ’s avonds terug naar het Super 8 Motel waar alleen maar junks voor de deur lagen.” Hij lacht als hij aan die tijd terugdenkt: “Dat was allemaal geen probleem hoor, we wilden gewoon allebei de top bereiken, koste wat kost.”

f063-01.jpg

Van Gerwen schudt handjes tijdens zijn gang naar het podium.

WIE IS DE BESTE DARTER ALLER TIJDEN? NA EEN KORTE STILTE ZEGT VAN GERWEN WAT NIEMAND ANDERS DURFT TE ZEGGEN: ‘DAT BEN IK’
f063-02.jpg

Van Gerwen staat er veel serieuzer in, ook jaren later nog. “Je ziet het aan de nieuwe spelers van tegenwoordig,” zegt hij. “Ze willen eerst een sponsor, anders gaan ze nergens naartoe. Maar zo werkt het niet, althans niet voor ons destijds. Nee, je moet eerst in jezelf investeren en roeien met de riemen die je hebt. Dan is heel veel nog steeds mogelijk.”

Ondertussen blijft Van der Voort nog in gedachten in Amerika hangen. Zoals die ene keer in Chicago waarin ze ook al in zo’n aftands motel sliepen. Een en al gekkigheid daar, herinnert hij zich, maar dat kwam ook door het nogal vreemde gedrag van Van Gerwen. “Michael wil nog weleens slaapwandelen en hij praat in zijn slaap,” zegt hij. Ook nadat ze op een avond samen naar een film hadden gekeken. Van der Voort: “Ik weet niet of het door de film kwam, maar ’s nachts had Michael in zijn slaap het idee dat we naar buiten moesten omdat er een hoop mensen achter ons aan zaten. Dus toen hij de deur van onze kamer opentrok en ik buiten op de parkeerplaats alleen maar pooiers en hoeren zag die overal naar binnen glipten, heb ik maar heel gauw onze deur dichtgetrokken.”

Het zorgt nog steeds voor een hoop hilariteit bij die twee, ook tijdens het korte vragenrondje dat Koert Westerman hen voor hun voeten werpt. Vooral de vraag aan Van Gerwen wie de beste darter aller tijden is. Negen van de tien darters zouden Phil Taylor roepen, 16-voudig wereldkampioen en winnaar van ontelbare andere toernooien, maar Van Gerwen wil daar niet aan. De beste darter aller tijden? Na een korte stilte zegt hij wat niemand anders durft te zeggen: “Dat ben ik.”

Hij lacht, maar niet omdat het volgens hem niet waar is: hij gelooft heilig in wat hij zegt. “Er is een verschil tussen de beste en de grootste,” begint hij zijn uitleg. “Ik vind Phil Taylor de grootste darter aller tijden, punt.”

Westerman: “Maar jijzelf de beste?”

Van Gerwen: “Ja, eigenlijk wel. Tussen hem en mij zit weinig, maar die ene procent valt toch echt mijn kant op.”

Grootspraak? Niet in de wereld van Van Gerwen. Tijdens dat item van het Zapp Weekjournaal in 2017 zegt hij eigenlijk al dat hij zich de beste vindt. Hij is dan ook voor niemand bang, ook niet voor Phil Taylor die dan ook nog steeds op grote hoogte staat: “Ik ben voor niemand bang. Bang zijn voor iemand is een teken van zwakte. En zwakte komt niet in mijn woordenboek voor.”

Pijnlijk nieuws

De enige zwakte die hij af en toe laat zien, is buiten het dartbord. Eerst is daar het pijnlijke nieuws dat hij gaat scheiden van zijn vrouw Daphne, de moeder van zijn twee kinderen die hem bedriegt met haar minnaar van wie ze ook zwanger blijkt te zijn. Alle spanning en frustratie neemt Van Gerwen mee naar de shoarmazaak in Den Bosch waar hij ’s nachts met een slokje op nog snel even iets wil eten, maar zich uit de tent laat lokken door het personeel. Of andersom, dat kan natuurlijk ook. Het eten komt voor Michael niet snel genoeg, daar komt het op neer. “Het broodje shoarma was gewoon te klein, dus ik dacht: ik pak ’m effe,” grapt hij op Radio 538 als hij zijn roes heeft uitgeslapen. En dan zonder dollen: “Het ging eigenlijk om helemaal niks.”

f063-03.jpg

Shrek heeft weer honger.

Toch staan de sociale media opeens vol met filmpjes van het incident, wat zijn reputatie geen goed doet. Het werd hem gewoon allemaal te veel, dat zal het wel zijn. Net als zijn gebitsreconstructie die zijn prestaties van de laatste jaren duchtig in de weg zaten. “Ze hebben eerst mijn bovenkaak gebroken en verbreed, toen mijn onderkaak, daarna nog eens mijn bovenkaak: ik had het hele pretpakket,” zegt hij in de Viaplaydocu. Maar dat speelt hem allemaal geen parten meer, dat benadrukt hij nog maar eens tijdens dat perspraatje voor het WK. Iedereen kan dus gewaarschuwd zijn: met zo’n nieuw gebit kan het groene monster weer eten. En hij lijkt ook weer behoorlijk hongerig, maar dat is Littler ook.