‘IK BEN EN BLIJF EEN MOORDENAAR’ Paul Spruit stak stiefvader dood en spreekt nu jongeren toe
In een waas stak Paul Spruit zijn stiefvader in 1984 met 37 messteken dood. Na twaalf jaar detentie brengt Spruit, die bekend is van het boek Een moord kost meer levens van Peter R. de Vries en de tv-serie Hel of hotel, z’n dagen door met voorlichting op scholen. “Mij krijg je niet meer zo gek.”
f058-01.jpg
f060-01.jpg

Gerard, de vader van Paul Spruit, misbruikte en vermoordde twee kinderen.

f060-02.jpgf060-03.jpg

Gerard Spruit in 1943.

Paul Spruit, nu 68, heeft een prima jeugd gehad. Tot z’n zestiende. “Toen veranderde mijn wereld in één klap,” zo laat hij weten. “Mijn vader werd op de camping opgehaald door twee mannen. Later moesten wij via de krant vernemen dat hij twee kinderen had misbruikt en vermoord, Basje Bloemena en Heleentje Isaac. Wij wisten daar niets van, het gebeurde als mijn vader thuis was en wij met onze moeder op de camping zaten. De maatschappij geloofde niet dat wij er niets mee te maken hadden en kotste ons uit. Onze ramen werden ingegooid en ze smeten rookbommen naar binnen. Toen mijn vader vastzat, ontmoette mijn moeder haar ex, Henk Frankot. Met hem had ze twee kinderen, mijn halfbroer en halfzus. In mijn herinnering was hij altijd dronken en agressief. Vijf jaar lang mishandelde hij m’n moeder, en daar werd in die tijd pas wat aan gedaan als het slachtoffer zelf aangifte deed, wat zij niet wilde. Ik heb hem een keer of tien laten oppakken, maar steeds stond ie zo weer buiten. Altijd als ik tussenbeide wilde komen, hield zij me tegen, tot die ene dag, 16 augustus 1984. Ik was 25. Doe in godsnaam voorzichtig, zei ze nog wel, wetende dat die Henk een grote kerel was, maar ook dat ík al zestien jaar aan vechtsport deed. Ik haalde hem uit het café waar ie zat, met de bedoeling thuis in gesprek te gaan, samen met mijn zus, om aan te geven dat het zo niet langer ging. Vlak bij huis draaide hij zich naar me toe: Als ik straks boven kom, vermoord ik je moeder. En jij bent de volgende. Wat hij zei, deed ie ook altijd, dus na die zin gingen bij mij de luiken dicht, hóp, en werd het zwart voor m’n ogen. Ik nam hem enórm te grazen. Tijdens dat gevecht schijn ik een mes gepakt én gebruikt te hebben. In een vlaag van waanzin heb ik hem 37 keer gestoken, maar daar weet ik dus níéts meer van.”

f061-01.jpg

In dit huis vermoordde Gerard Spruit twee kinderen.

Vrijheid kwijt

Diezelfde Paul Spruit staat tegenwoordig wekelijks voor de klas om zijn levensverhaal te vertellen. Een veroordeelde moordenaar voor de klas is reden genoeg om aandachtig te luisteren, maar Paul merkt ook daadwerkelijk dat zijn verhaal aanslaat; soms hoort hij terug dat de klas er nog weken over napraat. Zolang dit het geval is, blijft hij voorlichting geven. “Ik wil de jeugd laten zien hoe het écht is om vast te zitten. Daarom deed ik ook mee aan het tv-programma Hel of hotel. Veel jongeren denken: het is daar luilekkerland, een beetje gamen, -tvijken, maar zo werkt het niet. Misschien is dat twee weken leuk, daarna besef je: ik ben mijn vrijheid kwijt. Dat is het ergste wat er is.”

Reageren scholen en leerlingen altijd enthousiast?

“Heel soms zegt een leerkracht: Ik denk niet dat dit op onze school zin heeft. Wij hebben zulke lieve kinderen. Nou, dan heb je een plaat voor je hoofd, hè. Drank, drugs, even snel een centje verdienen, dat gebeurt overal.”

f061-02.jpg
‘VLAK BIJ HUIS DRAAIDE MIJN STIEFVADER ZICH NAAR ME TOE EN ZEI: IK VERMOORD JE MOEDER. EN JIJ BENT DE VOLGENDE. TOEN WERD HET ZWART VOOR M’N OGEN’

Hoe begin jij je verhaal?

“Vaak zo: Stel, je leest in de krant: moordenaar gepakt. Welke straf zou jij hem geven? Meestal geven ze dan tien, twintig jaar, of levenslang. Daarna zeg ik: Wil je niet weten waaróm die moordenaar dat gedaan heeft? Vervolgens vertel ik dat ik die moordenaar uit dat krantenartikel ben en houd ik mijn verhaal. Sommigen zeggen dan: Als dit mijn moeder was overkomen, had ik hetzelfde gedaan. Tot slot maak ik ze allemaal rechter en mogen ze míj een straf geven. Dat is dan vaak twee jaar, één jaar, een taakstraf of zelfs vrijspraak. Daar gaan we dan het gesprek over aan, want waar komt dat grote verschil vandaan? Nadien stappen er weleens leerlingen op een vertrouwenspersoon af om hun verhaal te vertellen, bijvoorbeeld over mishandeling thuis.”

‘BIJ DE MOORD DIE IK PLEEGDE, GING HET MIS OMDAT IK VIJF JAAR LANG SPANNING HAD OPGEBOUWD DIE ER OP EEN GEGEVEN MOMENT UITKWAM, IN EEN EXPLOSIE VAN GEWELD’

Gevaarlijke gek

Voordat Paul Spruit vastzat, was hij vrachtwagenchauffeur. “Normaal gesproken zou ik nu van m’n pensioen genieten, maar aangezien ik zo lang heb vastgezeten, heb ik geen pensioen,” laat hij weten. “Met mijn justitieverleden kom ik sowieso niet aan de bak, zeker niet omdat ik tbs heb gehad. Ik ben dus niet alleen gevaarlijk, maar ook een gevaarlijke gek.”

Was.

“Nou, daar vergis je je in. Ikzelf weet wel beter, maar op scholen zeg ik weleens: een ex-gedetineerde bestaat niet. Volgens de maatschappij dan. Ik ben en blijf een moordenaar.”

Hoe en wanneer merk je dat?

“Toen ik nog solliciteerde. Maar eigenlijk begon dit al veel eerder, toen ik nog nooit met justitie in aanraking was gekomen; mijn vader had een delict gepleegd en ík werd daarop aangekeken. Ik stond op het punt om te beginnen aan de politieacademie in Amsterdam, had alles doorlopen, tot een brigadier mijn dossier doorbladerde. Hé, ben jij de zoon van? Ik zeg: Ja, en? Hij zei: Dan hadden we je niet eens op mogen roepen. Je kunt gaan. Daar begon het al mee.”

Voelt het nog steeds alsof je met één been buiten de maatschappij staat?

“Ja, misschien zelfs met twee benen. Iemand uit onze seniorenflat heeft er weleens eentje te veel op en dan roept ie onderaan de flat: Hé, moordenaar! Tuurlijk raakt me dat, ik ben al dik 25 jaar vrij. De meeste flatbewoners weten wel wie en wat ik ben, maar het blijft vervelend als dit naar je geroepen wordt. Prima, hij moet roepen wat ie wil, mij krijg je niet meer zo gek. Misschien kom ik voor je staan en krijg je een hijs voor je kanis, maar daar blijft het bij. Het kan ook niet meer misgaan, want alles begon bij de mishandeling van mijn moeder, vijf jaar lang. Ik wilde haar beschermen, maar inmiddels is ze er niet meer.”

Je kleinkinderen nog wel.

“Daarvoor geldt hetzelfde. Als ze op scholen vragen of ik nog gevaarlijk ben, dan zeg ik: Jazeker, jazeker ben ik gevaarlijk, maar wie niet? Denk je eens in dat jij volwassen bent en kinderen hebt. Laat dan eens iemand aan jouw kinderen zitten, moet je kijken hoe gevaarlijk jij dan wordt. Zo niet, dan heb ik nog wel een telefoonnummer van een psychiater voor je.

Maar dat geldt dus ook voor jou. Wat als iemand je kleinkinderen iets aandoet?

“Dan krijg je dus die hijs voor je kanis, en misschien nóg een. Maar daar blijft het bij. Bij de moord die ik pleegde, ging het mis omdat ik vijf jaar lang spanning had opgebouwd die er op een gegeven moment uitkwam, in een explosie van geweld. Er was geen vooropgezet plan, ook al noemde de rechter het destijds ‘moord met voorbedachten rade’, omdat ik een mes bij me had en een tafelpoot in de bosjes had verstopt. Dat mes droeg ik altijd bij me omdat vrachtwagenchauffeurs dat destijds meestal hadden, om verpakkingen open te snijden, en die tafelpoot wilde ik bij de hand houden voor het geval dat die stiefvader van me weer eens agressief zou worden.”

f063-01.jpg

Twee doden

Toen Paul Spruit vrijkwam in 1989, had hij geen werk en geen huis. Om een huis te kunnen krijgen, moest hij een vaste woon- of verblijfplaats hebben, wat hij niet had. “Om dat huis te kunnen betalen, moest je werk hebben,” zegt hij. “Kortom: ik zat helemaal klem.” Hij besluit vervolgens samen met een vriend een overval te plegen bij een boerengezin dat net een loterij heeft gewonnen. De buit valt tegen en dus besluiten ze het nog eens te proberen, nu bij een rijke paardenhandelaar. Hierbij vallen twee doden. Spruit: “Een rare toestand, ik praat daar niet graag over, ook niet op scholen. Ik ben er niet trots op, het had nooit mogen gebeuren. Wat ik mezelf het meest kwalijk neem? Dat ik ben meegegaan. Uiteindelijk heb ik de moord niet gepleegd, maar ik was erbij, dus ik werd net zo hard gestraft. In detentie heb ik een paar weken met Peter R. de Vries over mijn leven gepraat, wat in 1994 resulteerde in het boek Een moord kost meer levens. Dat boek is mijn redding geweest; ik dreigde af te glijden in de criminaliteit, maar heb me daar door dit boek bewust van afgekeerd. Eindelijk kon ik alles, met hulp van Peter, van me afschrijven. Toen ik de laatste keer vrijkwam, zei de rechter in de wandelgangen: Wij hadden jou na je eerste straf beter moeten helpen, want je kunt het niet alleen. Ik denk dat het daardoor opnieuw mis is gegaan.

Daarom ben ik toen in de schuldsanering gekomen zodat ik weer iets van het leven kon maken.”

f063-02.jpg

Peter R. de Vries schreef een boek over Paul Spruit.

PAUL SPRUIT GEEFT EEN FERME TIK OP Z’N TELEFOON MET DAAROP EEN FOTO VAN ZIJN KLEINDOCHTER: “ZIJ IS MIJN OOGAPPEL, ALS IK HÁÁR NIET MEER ZOU ZIEN...’
f064-01.jpg

Peter R. de Vries.

Heb je nog wat aan dat boek overgehouden? En aan de gelijknamige Videoland-serie?

“Aan het boek niet zoveel, het meeste ging natuurlijk naar de kinderen van Peter. Aan de serie nog minder.”

Hoe was het om jouw leven verfilmd te zien?

“De eerste aflevering keken we bij de producer thuis. Dat was heel apart, je ziet toch je eigen leven voorbijflitsen. We zijn ook bij de opname geweest van de scène waarin mijn vader in de kliniek zelfmoord pleegt, op bed, met een plastic zak. Ik zat op de gang, achter een monitor, te kijken. Niemand begreep hoe ik daar zo rustig naar kon kijken, maar ik vond het alleen maar heel mooi gedaan.”

Ben je geen emotioneel type?

“Ik denk het niet. Nou ja, inmiddels wel wat meer.” Echtgenote Henny: “Als z’n kleindochter iets mankeert, kan hij héél emotioneel zijn.” Paul: “Dat emotionele is gekomen nadat ik een herseninfarct kreeg, in 2005. Als er daarna een kat overstak en werd aangereden, kon ik daar al om janken, bij wijze van.”

f064-02.jpg

Je hebt twaalf jaar vastgezeten, inclusief tbs. Klopt het dat je daar zelf om had gevraagd?

“Ja. Ik had bij mijn vader in de kliniek gezien hoe het er daar uitzag, met een biljart en tafeltennistafel; hier kan ik m’n straf wel uitzitten, dacht ik. Vervolgens heb ik de rechter verteld dat ik niks met een normale gevangenisstraf zou opschieten, omdat ik dan niet aan mezelf kon werken. Ik verzon dat ik af en toe flitsen zag, wat werd gestaafd door het feit dat ik kwijt was wat er precies was gebeurd op het moment dat ik m’n stiefvader doodstak. Toen werd ik onderzocht in het Pieter Baan Centrum, waar ik ben ontsnapt omdat ik begreep dat buiten mijn zus werd bedreigd. Sommigen dachten dat ze alles konden maken, want Paul zit toch vast; nou, daar zijn ze van teruggekomen. Samen met een ander die ook wilde ontsnappen, gijzelden we een medewerkster. Met z’n drieën liepen we naar buiten en die vrouw reed ons richting Amsterdam. Ondertussen vertelde mijn zus me via de telefoon dat de politie haar bedreiger al had opgepakt. Ik kon hem dus niet meer bereiken en gaf mezelf weer aan om m’n straf uit te zitten.”

Heb je in de gevangenisperiode nieuwe inzichten opgedaan?

“In de Mesdag-kliniek heb ik psychoanalyse gehad. Dan loop je je hele leven door en daar heb ik wel het nodige van geleerd, ja. Dat je bepaalde moeilijke situaties nu eenmaal niet kunt veranderen. En waarom ik soms op heftige gebeurtenissen emotieloos reageerde en op andere momenten juist weer heel emotioneel. Ik was bijvoorbeeld heel kwaad toen ik hoorde waarvoor mijn vader werd veroordeeld – hoe krijg je het voor elkaar om een kind iets aan te doen? – maar ik kon dat niet uiten. Wel ben ik naar het huis van bewaring gelopen waar hij toen vastzat, met een enorm mes op zak. Als ik hem op dat moment had kunnen bereiken, had ik hem misschien wel afgemaakt. Toen mijn moeder overleed, zat ik net een paar maanden vast. Ik mocht haar crematie bezoeken, maar na een minuut werd ik daar alweer meegenomen. Toen we wegreden, zag ik aan de andere kant van het crematorium nóg zo’n justitiebusje aankomen. Ik wist genoeg: daarin zit mijn vader, hij mocht wél afscheid nemen van mijn moeder, ondanks wat hij had gedaan. Als er íémand afscheid had mogen nemen, was ik het wel. Ik heb nooit begrepen waarom hij die kinderen misbruikt en vermoord heeft, al heb ik ’m wel een paar keer bezocht om het hem te vragen.”

f065-01.jpg

Paul Spruit: “Als je bij mij echt te ver bent gegaan, vergeef ik je nooit meer.”

Hij is als kind ook misbruikt. Maakt dat je begripvoller?

“Absoluut niet. Van vrouwen en kinderen blijf je af, daar ben ik heel zwart-wit in.”

Kun jij de mensen die jou kwaad hebben aangedaan vergeven?

“Als je bij mij echt te ver bent gegaan, vergeef ik je nooit meer. Vergeten kan ik wel, ik kan dan nog redelijk normaal met je omgaan, maar vergeven niet.”

Hoe is jouw band met je eigen kinderen?

Na een korte pauze: “Het feit dat ik nu een tijdje stil ben, zegt misschien genoeg; met alle drie heb ik nauwelijks contact. Ik heb een dochtertje bij m’n eerste vrouw – de vrouw die niet op me wilde wachten, de eerste zes jaar dat ik vastzat – en een zoon en dochter bij m’n tweede vrouw. Als je vraagt wat voor opa ik ben, kan ik dat wel beantwoorden: ik ben een hele goeie opa, tenminste, dat vindt mijn kleindochter. Ik haal met haar een beetje in wat ik heb gemist bij het opvoeden van mijn eigen kinderen. Dat hebben mijn exen vooral gedaan – mijn heksen, zeg ik weleens. Het doet me oprecht weinig dat ik mijn kinderen niet spreek, de liefde moet wel van twee kanten komen.” Met een ferme tik op z’n telefoon met daarop een foto van zijn kleindochter: “Zij is mijn oogappel, ik was erbij toen ze werd geboren, we hebben haar een paar jaar in huis gehad. Als ik háár niet meer zou zien...”