
‘Kijk naar deze menukaart,’ zegt Ahmed Abdillahi op het terras van het Westerpaviljoen in hartje Rotterdam. Dat is niet waar hij woont trouwens, hij is vanuit Rotterdam-Zuid komen fietsen. En nu zit hij hier, aan een tafeltje buiten, bij een aangename temperatuur. Hoewel in vakantietijd zou Rotterdam Rotterdam niet zijn als er toch niet allemaal vrachtwagens voorbij zouden scheuren. Abdillahi verheft zijn stem om boven het geluid uit te komen: ‘Als je nou naar de prijzen kijkt van zoiets als de cocktails. Ja, hier, de Pornstar Martini: 12,50 euro! Dat bestellen,’ zegt Abdillahi, ‘is voor sommige mensen ondenkbaar.’ En dan terwijl hij zijn hoofd schudt: ‘Echt waar.’
Die twee woorden gebruikt Abdillahi te pas en te onpas. Hij is de bekendste postbode van de stad. En hij lijkt de stem te zijn geworden van migranten die in Rotterdam terecht zijn gekomen. Zelf groeide hij op in Somalië. Toen het daar te onveilig werd, kwam hij als kind met familie mee naar Nederland. Niet met zijn ouders. Die bleven achter. Als jongetje belandde Abdillahi eerst in de noodopvang en daarna in een azc. Het waren tijden waarin vluchtelingen beter werden behandeld en makkelijker een woning toegewezen kregen dan nu, vertelt hij. Met een oom en tante kwam hij terecht in Friesland. Daar lag de veilige toekomst die in Somalië op het spel was komen te staan. ‘Friesland was voor mij vooral een enorm avontuur. Ik vond alles spannend! Ik zag nergens gevaar in.’ Zijn ouders, vertelt hij, moest hij missen. Tot zijn grote verdriet is zijn vader overleden. ‘Ik was echt een vaderskindje.’
Terug naar het terras. Nóg een item op de kaart dan. ‘Hier, een croissant, met boter en jam: 3,75 euro!’ Met een gulzige, bijna verbaasde lach zegt hij: ‘Voor sommige mensen in Nederland is dat gewoon een andere wereld, man.’ Die mensen zouden er niet eens aan dénken een croissant te kopen voor bijna 4 euro. ‘Voor die mensen,’ benadrukt Abdillahi, ‘die echt met armoede worstelen, loop ik dit jaar dus 25 marathons.’
En dat doet ie ‘gewoon’ door de regio, door de wijken, door de uitgestrekte havengebieden. Dik 42 kilometer per keer, soms twee, drie keer per maand zelfs, en altijd met een daverende eindtijd van pakweg 3,5 uur. Geen officiële wedstrijden, behalve de Marathon Rotterdam. Want dat is dus het nadeel: marathons lopen is op dit moment enorm populair. ‘Ik kom er gewoon niet meer tussen. En het is duur. Weet je wat het alles bij elkaar kost om de marathon van pakweg Berlijn te lopen? 700 euro! Man, dat heb ik toch niet?’ Dan wil de ober weten wat postbode Abdillahi wil drinken. Bescheiden bestelt hij een zwarte koffie. Het kleine koekje bij de koffie laat hij liggen.
‘De beste medicatie tegen onmacht is iets doen. Zo ben ik dit jaar op het idee gekomen om 25 marathons te gaan lopen. Om mijn geluid te laten horen’
Jij hebt het nu wel over het te lijf gaan van armoede, maar Nederland staat hoog in de top 10 van rijkste Europese landen.
‘Kijk, ik beweeg natuurlijk anders door deze stad dan de meeste mensen. Heel veel dingen ontgaat men hier, maar ik ben postbezorger en fiets en ren veel door de stad. Afgelopen zaterdagavond nog, na een vermoeiende werkweek. Ik kwam thuis en dacht: ik moet toch even wat kilometers maken. Dus ik rennen, naar de Waalhaven, naar Carnisse, naar de Wielewaal. Geen buurten met een al te beste reputatie. Sjonge, weet je wat ik zag? Dat de gemeente echt met de bulldozer door Rotterdam-Zuid aan het gaan is. Je zou een keertje moeten kijken. Er is zoveel weg! En er komen allemaal koopwoningen voor terug, zo lijkt het wel. Dure koopwoningen. Allemaal. Zonder uitzondering. En dan denk ik: Rotterdam-Zuid wordt overgenomen. Wij lachen er nu een beetje om, maar het is echt treurig.’
En daar word jij boos van.
‘Je moet altijd realistisch proberen te blijven, natuurlijk. Want je kunt ook doorslaan, hè? Ik weet het: dit soort ontwikkelingen hou je niet tegen. Verandering hoort bij het leven. Maar de manier waarop die veranderingen hier worden bewerkstelligd: daar heb ik echt moeite mee. Dit is gewoon een soort bevolkings...’
Waarom slik je je woorden nu opeens in?
‘Inderdaad, ja, waarom eigenlijk? We kunnen op het scherp van de snede met elkaar in gesprek, toch? Vooruit, ik ga me niet inhouden. Dit zou je dus kunnen vergelijken met een soort bevolkingsverplaatsingspolitiek. Waarin de arme mensen naar de randen van de omgeving worden gestuurd.’
Ik kan me niet voorstellen dat dát ergens op papier staat.
‘Er is geen groter politiek plan, maar de markt werkt zo. Het is niet kwaadwillig bedoeld. Dat zeg ik niet. Goed dat je me even corrigeert. Het is niet kwaadwillig, maar de markt werkt zo, en dan moeten wij ons afvragen of je dat wel wil. Als je de woningmarkt overlaat aan de markt is dit wat je krijgt. En dat is heel erg onwenselijk.’
De armere Rotterdammer en Nederlander staan in de kou?
‘Wat ik afgelopen zaterdagavond zag tijdens dat rondje lopen is écht treurig. In Rotterdam-Zuid is de ene na de andere straat dichtgetimmerd. Er staan hele blokken op de rol om te worden gesloopt. Normale mensen staan daar niet bij stil, maar ik wel. En de beste medicatie tegen onmacht is iets doen. Zo ben ik dit jaar op het idee gekomen om 25 marathons te gaan lopen. Om mijn geluid te laten horen. Of dat iets verandert? Dat is een tweede. Maar we hebben echt tegengeluiden nodig.’
Voor veel mensen is één marathon per jaar al veel. Jij doet er doodleuk 25.
‘In twaalf maanden tijd. Dat is heel veel, ja en ook echt heel zwaar. Het is namelijk niet alleen die marathons rennen, ik moet ook de trainingen steeds goed afronden. En door de week afstanden van 15, 18 en 20 kilometer aftikken. In combinatie met mijn werk is dat wel echt stressvol. Ik heb de afgelopen maanden allerlei redenen gehad om ermee te stoppen, maar de drive om het af te maken is veel groter.’
Dan staat hij op voor een luxe koffie. Daar trakteert hij zichzelf soms op, zo had hij even eerder gezegd. De stad barst van de koffietentjes tegenwoordig is hem opgevallen, en allemaal puilen ze uit. ‘Zo’n koffie kost je in Rotterdam tegenwoordig gerust 4 euro. Vrienden verklaren me weleens voor gek als ik ze vertel voor welk geld ik ergens koffie heb gedronken.’

Postbode Ahmed Abdillahi bestrijdt de armoede in Rotterdam op zijn eigen manier. ‘We hebben echt tegengeluiden nodig.’
Met de voorbeelden die je geeft, zeg je eigenlijk: de Nederlandse maatschappij is oneerlijk ingericht?
‘De afgelopen vijf jaar is er hier echt veel veranderd. Ken je het fenomeen gaarkeukens? Dat kennen wij uit Amerika. Maar dat fenomeen is nu ook hier in Rotterdam-Zuid geland. In de Oranjeboomstraat zijn ze nu ook. Daarin worden mensen die het moeilijk hebben om rond te komen van eten voorzien. Als je mij vraagt of ik tastbaar kan maken wat armoede is: ja, dat kan ik. Zo’n gaarkeuken is een heftig beeld. Dan zie je een rij staan en de mensen krijgen hun eten mee naar huis. Er wonen in Nederland kinderen die honger hebben, hè? Kinderen die slapen op bedden zonder normaal beddengoed. In huizen die door geldgebrek nauwelijks zijn ingericht.’

Ahmed Abdellahi is altijd in beweging.
Terug naar jouw leven. Wat is het laatste waar je je écht over hebt opgewonden?
‘Nou, heel toevallig deed ik dat net nog. Ik fietste op weg naar onze afspraak langs de Kop van Zuid. Een buurt met dure appartementen. Maandag worden er de afvalcontainers buitengezet. Ik zag er gewoon iemand in zitten om al die zakken open te halen, op zoek naar statiegeld. Shit man, wat is dat, joh? Je moet wanhopig zijn als je zoiets doet. Niemand gaat zomaar op zo’n mooie dag in plastic zakken scheuren. Die hele zoektocht naar statiegeld in de straten van Rotterdam heeft armoede zichtbaar gemaakt die jarenlang verborgen was. Dat is een slechte ontwikkeling. Shit man, dit is toch niet om aan te zien? Deze mensen zijn in nood. En het wordt alleen maar meer, meer, meer, hè? Soms, als ik echt in het centrum werk, kom ik wel tientallen mensen tegen die op zoek zijn.’
Maar wat zegt dat jou dan, dat die man op zoek gaat naar statiegeldflesjes?
‘Nederland was een land waar veel zaken heel goed waren geregeld. Maar door de coronacrisis, de energiecrisis en door de oorlog in Oekraïne zijn de kosten van het levensonderhoud zo enorm gestegen dat mensen gewoon bijna niet meer financieel rond kunnen komen. Vooral niet als ze leven van een uitkering. Een collega van me heeft een gewoon inkomen, net als haar partner, maar zelfs zij zegt dat ze soms echt moeite hebben om rond te komen. Dat zijn werkende mensen. Tweeverdieners.’
Sommige lezers denken nu wellicht: wacht eens even, Nederland is toch een gaaf land?
‘Nederland ís ook echt een steenrijk land. Dat wil ik er meteen aan toevoegen. Anders verliezen we inderdaad de balans uit het oog. Nederland is een land waarin heel veel dingen echt goed zijn geregeld. Tegelijkertijd neemt de scheefgroei wel schrikbarend toe. Dit was een egalitair land, hè? De verschillen waren hier niet zo groot. Maar het begint te kantelen. Wij gaan nu landen als Amerika, Australië, Canada en Engeland keihard achterna. De bovenklasse krijgt in Nederland net als daar alle ruimte. Aan de onderkant vangen mensen de klappen op.’
Tragiek van de vluchteling
In de jaren na zijn vlucht naar Nederland had Abdillahi het soms zwaar. Ook nam hij niet altijd de beslissingen die passen bij zijn huidige status als spreekbuis van de minder welgestelde Nederlander. Hij heeft er spijt van, vertelt hij, dat hij nooit besloot te studeren. Hij en de moeder van zijn zoon gingen uit elkaar; moeder en zoon wonen nu in Londen, waar hij één of twee keer per jaar naartoe gaat. ‘Dan dwalen we door de hele stad,’ vertelt hij. ‘Natuurlijk is die afstand soms moeilijk.’
Hij heeft zich erbij neer moeten leggen. De moeilijke situatie in het Somalië van zijn jeugd heeft er voor gezorgd dat de familie uitgevlogen is. ‘Een van mijn zussen is naar Nieuw-Zeeland vertrokken. Ze zegt vaak: “Kom hierheen!”, maar zo’n reis kost zomaar 4000 euro.’ Het is de tragiek van de vluchteling: als hij haar ooit nog in levenden lijve ziet, zal dat misschien wel de enige keer zijn. ‘Zo heb ik familie overal op de wereld.’
Met hard werken als postbode heeft hij er hier zelf uiteindelijk financieel het beste van gemaakt. ‘Ik heb tijden gekend waarin ik nog geen euro op zak had en echt moest beslissen: oké, hoe en wat eet ik vanavond? Maar die tijd is voorbij. Ik kan me niet heugen dat ik geen geld had.’ Dankzij berichten op sociale media kreeg Abdillahi een stem. ‘Dit is de burgemeester van Rotterdam in 2030,’ zegt de fotograaf als hij op een later moment Abdillahi op de foto zet.
‘Niemand gaat zomaar in plastic zakken scheuren. Die hele zoektocht naar statiegeld in de straten van Rotterdam heeft armoede zichtbaar gemaakt’
Jij kwam Nederland in als asielzoeker en kon een bestaan opbouwen. De politiek lijkt nu wel klaar met die route.
‘Ik denk dat veel mensen in Nederland stemmen op de grote antimigratiepartijen uit angst om zelf maatschappelijk naar beneden te vallen. Hun kinderen kunnen bijvoorbeeld net als iedereen moeilijk aan een betaalbare woning komen. Op sociale media krijgen deze stemmers dan te horen dat asielzoekers die woning wel makkelijk krijgen. En dan krijgen ze daarna ook nog beelden te zien van de instroom. De angst bepaalt echt hun verkiezingsstem. We hebben in Nederland echt gewoon andere verhalen nodig. Die laten inzien dat de angst een beetje ongegrond is. Maar die angst verandert mensen op dit moment. Ik heb dit van nabij meegemaakt met een mevrouw met wie ik close was. Ze was een hele progressieve vrouw, maar nu is ze keihard rechts geworden. Ik zat met haar koffie te drinken en opeens begon ze te praten over instroom, over migratie, noem maar op. Ik zei: “Kom op zeg, zo ken ik jou niet.”’
Ben je zelf niet ook veranderd dan? Je had weinig. Nu heb je een stem die gehoord wordt.
‘Ja. Ik merk aan mezelf dat ik die angst om weer te vallen zelf ook heb. Zonder te overdrijven: wat ik heb, kan ook zó weer weg zijn. Ik zeg altijd: ik ben twee salarissen verwijderd van mijn sociale neergang. Dat is ook gewoon echt zo. Als je je huur niet betaalt, of je verliest je werk: in drie maanden tijd word je je huurhuis uitgezet. Een leven kan altijd veranderen van positief naar negatief. En ik weet waar ik vandaan kom. Ik weet dat mijn oom en tante mij groot hebben gebracht. Die appel is niet ver van de boom gevallen. Maar het gekke is: vroeger had ik niets, en als ik iets had, gaf ik zomaar de helft weg. Daar ben ik in veranderd. Ik merk ook dat als je het als mens beter gaat krijgen, je ook voorzichtiger wordt. Maar: er zijn natuurlijk nog altijd momenten dat ik een groot bedrag overmaak naar mijn familie. Om te helpen. Dat is logisch.’
Die kloof waar je het over hebt, blijft die nog lang bestaan, denk je?
‘Dat gaat generaties duren. Ik heb het woord emancipatie heel erg hoog zitten. Het toverwoord voor de toekomst van Nederland is emancipatie, emancipatie, emancipatie. Iedereen moet vrije toegang hebben tot werk, tot scholing, tot de woningmarkt. Iedereen moet het zo ver kunnen schoppen in de samenleving als mogelijk is. Er moeten geen drempels worden opgelegd. Willen wij naar een betere toekomst? Dan is emancipatie het sleutelwoord. En wat wordt steeds minder? Emancipatie. Geloof mij nou maar. Waar jouw wieg heeft gestaan, moet niet bepalen hoe jouw toekomst eruit zal zien. Ik ben niet de enige die dat zegt. Kijk maar naar de bekende Franse econoom Thomas Piketty.’
Het asielbeleid is streng. Dat had jou ook zomaar kunnen treffen.
‘Ik vind het vreselijk om te horen dat vluchtelingen soms buiten moeten slapen. En dat hun kinderen niet naar de Efteling mogen. Ik vind dat écht vreselijk. Het is een beetje alsof al dat nieuws over mij gaat. Ik heb ook een vluchtelingenverleden.’
Waar was jouw eerste nacht in Nederland?
‘We kwamen aan in Amsterdam. Daar hebben we in een tijdelijke nachtopvang gezeten. En van daar zijn wij doorverwezen naar een asielzoekerscentrum in Friesland. Je past je daar heel snel aan. Je komt in een dorp terecht. Je spreekt weinig Nederlands. Het eerste woord dat je leert is neuken, haha.’
Wordt er verkeerd gedacht over asielzoekers?
‘Veel mensen zeggen dat ze verbaasd zijn dat asielzoekers allemaal met een mobiel rondlopen. Maar die dingen kosten niks meer tegenwoordig, dat zijn gewoon massaproducten geworden. Mensen zitten nu overal op sociale media. De tijden zijn echt veranderd. Ik heb familie in Somalië. Daar is een nomadencultuur. Mensen wonen in the middle of nowhere in tentjes. En toch hebben ze allemaal een mobiel. En zitten ze op Whats-App. Het is bijna schizofreen. Kijk, hier, een appje van een neefje. Die jongen is herder! En die stuurt mij gewoon een bericht. Met daarin de vraag of ik wat geld kan sturen. Ik antwoordde: “Man, hoe dan?” Hij schreef terug dat als ik geld naar een bepaalde instantie stuur, zij hem dan een code sturen. Via die code kan hij dan elektronisch betalen. Dat laat je ook wel inzien dat de wereld van gisteren niet die van vandaag is.’
‘Ik vind het vreselijk dat vluchtelingen soms buiten moeten slapen. En dat hun kinderen niet naar de Efteling mogen. Het is alsof al dat nieuws over mij gaat’
Er gaat minder geld naar ontwikkelingshulp.
‘De wereld is van ons allemaal. Zolang Afrika niet tot ontwikkeling komt... De helft van de Afrikaanse jongeren is van plan om te emigreren.’
Daar krijgen sommige lezers van dit blad het vast een beetje benauwd van.
‘Weet ik, weet ik. Die lezer denkt nu: oh my god. De enige oplossing om ervoor te zorgen dat mensen geen neiging meer hebben om uit Afrika te vluchten, is méér geld naar ontwikkelingshulp. Elk mens dat begenadigd is met gezond verstand moet dat begrijpen. En als we rijkdom niet eerlijk verdelen, zal het asielzoekersprobleem alleen maar groeien.’
Zeg je nu dat als je op een antimigratiepartij stemt die wil morrelen aan ontwikkelingshulp, je migratie eigenlijk laat groeien?
‘Je stemt tegen jezelf. Schrijf dat maar op. Zeg maar dat ze tegen zichzelf stemmen. Ik wil niet goeroe-achtig gaan klinken, maar Gandhi zei ooit: “Er is in deze wereld genoeg voor iedere behoefte, maar niet voor iedere hebzucht.” De wereld is van ons allemaal. Er moet echt een eerlijkere verdeling komen. Afrika moet echt tot ontwikkeling kunnen komen. Op de langere termijn zou dat alleen maar beter zijn voor ons. Dan kunnen wij ook op vakantie gaan naar die landen, toch?’
Wat ga je doen, als de marathons erop zitten?
‘Waar nodig zal ik altijd mijn stem laten horen. Het kan best zijn dat ik de politiek in ga.’
Als Kamerlid verdien jij straks 144.000 euro per jaar.
Lachend: ‘Is het zoveel? Mijn hemel. Dat is ongeloof lijk veel, man. Ik ben voorstander van de SP-stijl, denk ik: de helft terugstorten in de kas. 70.000 euro per jaar: dat is al niet normaal. Nu snap ik waarom zoveel politici blijven hangen. Als je eenmaal een bepaalde standaard gewend bent... Dat geldt zelfs voor mij. En ik heb het niet eens zo breed! Ik zou niet eens terug willen vallen. En ik ben niet eens iemand die in luxe restaurants eet. Hoe goed je intenties ook zijn, ik snap dat je dan blijft hangen. Eén ding moet ik voor mezelf echt bewaken: keep your essence. Dat zeg ik altijd in het Engels. Die woorden blijven me eraan herinneren dat ik niet te ver van het pad afdwaal. Je moet in het leven bepaalde principes hoog houden.’

