VOORUITGANG OP VELE FRONTEN
Dag in dag uit brengen de media somber nieuws. Aan de rampspoed lijkt soms geen einde te komen. Toch gaat er ook van alles goed: negen ontwikkelingen die tot optimisme stemmen.
f0034-01.jpg
f0035-01.jpg

LANGER GEZOND

Dat de kosten van de gezondheidszorg elk jaar verder stijgen, komt niet doordat Nederlanders ongezond zijn. Integendeel. De stijging is een teken van enorme vooruitgang. Allereerst zijn veel ziekten niet meer acuut, maar chronisch. Ten tweede is onze levensverwachting twee keer zo lang als een eeuw geleden.

Daarnaast is er sprake van een luxeprobleem dat ‘diagnose-expansie’ genoemd wordt, zoals de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) dit jaar schreef.

Naast diabetes hebben we nu ‘prediabetes’. Naast alzheimer hebben we nu ‘pre-alzheimer’. Wat niet wil zeggen dat mensen met deze diagnoses echt diabetes of alzheimer krijgen, aldus de RVS. Ook dijt de groep met ADHD alsmaar uit, omdat kinderen met milde klachten zich eveneens in deze diagnose mogen verheugen. Het aantal uitgevoerde echo’s, CT-scans en MRI-scans is de laatste jaren flink gestegen, en ze worden gedetailleerder.

Intussen daalt in Nederland het relatieve aantal doden door kanker al sinds de jaren tachtig. Hetzelfde zien we bij hart-en vaatziekten. De levensverwachting van mannen was in 1980 72,5 jaar, en veertig jaar later 80,5 jaar. Gemiddeld acht jaar winst! Vrouwen deden het al goed, maar ook zij wonnen: tot ruim 83 jaar nu.

f0035-02.jpg

SCHONERE LUCHT

Soms zou je wensen dat de lucht weer wat viezer was. Klimaatwetenschappers geloven namelijk dat de steeds schonere lucht een reden is voor de opwarming van de aarde. Want juist in de periode dat de industrialisering in de wereld enorm was, van de Tweede Wereldoorlog tot aan de jaren zeventig, zette de opwarming niet door. Dit kan gekomen zijn door de hoeveelheid aerosolen in de lucht: deze stof-of vloeistofdeeltjes kaatsen de energie van de zon terug. Pas toen allerlei landen in de jaren zeventig milieuwetten gingen invoeren, begon de huidige opwarming.

Denk daarnaast aan de stikstofcrisis: één reden dat de depositie van ammoniak op natuurgebieden minder snel daalt dan gewenst, is dat de Nederlandse lucht schoner is. Het ‘probleem’ is dat er veel minder zwavel-en stikstofdioxide uitgestoten wordt, waarmee ammoniak reageert en ongezond fijnstof vormt. Daardoor kan er meer ammoniak neerdalen op heide-en duingebieden.

Sinds de jaren negentig is de concentratie fijnstof gehalveerd. Cruciale stappen tegen luchtvervuiling in het decennium ervoor waren de rookgasreiniging in de industrie, de katalysatoren in de uitlaten van auto’s en het verdwijnen van lood uit benzine. Volgens het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben Europese emissieplafonds voor stikstofoxiden en zwavel zes extra levensjaren opgeleverd. Dat scheelde per jaar ongeveer 66.000 sterfgevallen gelinkt aan deze vervuiling. En vergeet niet: de neergaande lijn van de emissies gaat gewoon nog door.

f0036-01.jpg

POLARISATIE VALT MEE

Niemand kan zeggen dat het er rustig aan toegaat in West-Europese landen als Nederland, Duitsland, Frankrijk of Groot-Brittannië. Een belangrijke reden is dat in al deze landen rechtse oppositiepartijen groter zijn geworden dan hun gevestigde tegenstanders, of kans maken daarop. Bovendien is dagelijks te zien hoe het eraan toegaat in de VS, een inmiddels werkelijk gepolariseerd land.

Dit betekent niet dat een land als Nederland zelf erg gepolariseerd is, ook al voelt dat wel zo. Onderzoekers spreken van een ‘polarisatiepaniek’, maar kunnen niet in de cijfers terugvinden dat de polarisatie werkelijk is toegenomen, zo melden sociologen als Paul Dekker, die jarenlang werkte bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, en Tim Reeskens van de Tilburg University.

Er is een verschil in politiek vertrouwen tussen inkomensgroepen. Maar de overlap van waarden is groter dan vroeger. Neem onderwerpen als homoseksualiteit, abortus en euthanasie, die Nederlanders vroeger veel sterker verdeelden. Nederland lijkt een gespletener land te zijn geweest tijdens de verzuiling, maar toen was de polarisatie ‘gepacificeerd’.

MINDER STIKSTOFUITSTOOT

Nee, ook na het aantreden van een nieuw kabinet is ‘de stikstofcrisis’ helaas niet snel voorbij. De crisis begon in 2019. Toen won actiegroep Mobilisation for the Environment (MOB) een beslissende rechtszaak bij de Raad van State en eindigde het toenmalige stikstof beleid.

Sindsdien zit Nederland vast. Vast? Ja, want de stikstofcrisis is voor een belangrijk deel een crisis in de vergunningverlening. Investeringen in de bouw, industrie en energietransitie worden gehinderd doordat provincies moeilijk natuurvergunningen kunnen afgeven. Dat de tijdelijke stikstofuitstoot van een bouwproject slechts een fractie is van de totale emissies, maakt de rechter niet uit. Ook niet als de energietransitie leidt tot minder stikstofuitstoot.

Meer nuance is er in de stikstofuitstoot zelf: ook sinds de overwinning van MOB in 2019 nam die gewoon af. Dat jaar was de gemiddelde depositie per hectare natuur per jaar 1493 mol - mol is een eenheid voor een chemische hoeveelheid. Uit nieuwe cijfers van het RIVM blijkt dat de depositie in 2023 was gezakt tot 1365 mol: dus bijna 130 mol minder. Die daling gaat door met elk jaar een paar procent.

Oké, dat is niet snel. Maar vergelijk het met 1990, toen de stikstofdepositie dubbel zo groot was als nu. In de twintig jaar erna nam de ammoniakuitstoot af met 60 procent. Vanaf 2026 komt de vaart er misschien weer in: dan krijgt elke boer een streng individueel emissieplafond, dat in 2035 moet zijn gehaald.

AFNEMENDE BEVOLKINGSGROEI

In de jaren zestig verschenen boeken die nachtmerrieachtige beelden schetsten van de enorme groei van de wereldbevolking. De ‘bevolkingsbom’ in snel uitdijende landen als China en India zou tot enorme hongersnoden leiden. Sowieso kon onze planeet nooit zo’n grote mensenschare bolwerken. In de jaren zeventig dacht de toen toonaangevende politicus Sicco Mansholt dat 4 miljard mensen op aarde het absolute maximum was.

Maar nu zitten we op 8 miljard en de voorspelde hongersnoden blijven gelukkig uit. Tegelijkertijd groeit de wereldbevolking nog altijd door. Waar gaat dat heen?

Prognoses zijn lastig, maar de Verenigde Naties verwachten de bevolkingspiek in 2086, met 10,4 miljard mensen. Sinds de jaren zestig is jaar. In 2017 was de kinderpiek, de groei gedaald tot 1 procent per met 698 miljoen 0-tot 5-jarigen. Inmiddels is het aantal geboortes op hetzelfde niveau als in de jaren tachtig. De redenen zijn onder meer de toename van welvaart en onderwijs.

Vanaf eind deze eeuw neemt de wereldbevolking weer af. China heeft nu al een negatieve bevolkingsgroei en krimpt met 2 procent per jaar. In 2023 had het 1,4 miljard inwoners, maar het land kan in 2100 eindigen op 770 miljoen. India groeit voorlopig wel gestaag door, piekt in 2065 op liefst 1,7 miljard inwoners en zakt daarna langzaam terug.

Toch zal het lang duren voordat we weer op het niveau van de tijd van Jezus zitten: in het jaar 0 telde de aarde 190 miljoen mensen.

f0037-01.jpg

CO2-UITSTOOT DAALT

In 1992, ten tijde van het allereerste klimaatakkoord van de Verenigde Naties, was de mondiale CO2-uitstoot 22,5 miljard ton. In 2006, toen Al Gore’s documentaire An Inconvenient Truth verscheen, was de uitstoot gestegen tot 30,6 miljard ton. Toen het klimaatakkoord van Parijs in 2015 juichend werd gesloten, kwam de wereld op een jaarlijks totaal van 35,4 miljard ton. In 2023, acht jaar later, was dat 37,8 miljard ton. Kortom, het wereldwijde klimaatbeleid oogt niet succesvol. Want ook na 2023 is de uitstoot blijven stijgen.

De toename wordt vooral veroorzaakt door China. Dat is uit de armoede opgeklommen door zich te industrialiseren en de voorraadschuur van de wereld te worden. In 1980 zorgde het voor 7,6 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen, nu zit het land op ruim 30 procent.

Daar staat tegenover dat de Verenigde Staten en Europa al jaren geleden hun economische groei hebben ontkoppeld van de CO2-uitstoot, en hun economieën veel minder fossiel hebben gemaakt. De uitstoot van de EU zit nu op het niveau van China in 1980. En onlangs werd bekend dat ook de CO2-uitstoot in China is afgenomen. De kans is groot dat dit een ommekeer wordt in de mondiale emissies.

ZEESPIEGELSTIJGING ONZEKER

Ook al is Nederland een laag gelegen delta, toch ligt het land opvallend gunstig als het gaat om de zeespiegelstijging. Allereerst is de Noordzee bijzonder ondiep, waardoor we weinig last hebben van het belangrijke effect dat warmer water uitzet. Een tweede voordeel is de zwaartekracht van de Groenlandse ijskap, die ook in ons gebied de zee omhoog trekt. Nu de ijskap rond Groenland kleiner wordt, heeft dat opvallend genoeg bij ons een dalend effect op de zeespiegel.

Nederland moet wél vrezen voor de smeltende ijskap op de Zuidpool. Al is de onzekerheid groot. Belangrijk is wat er gebeurt op West-Antarctica. Aanvankelijk dachten klimaatwetenschappers dat de Zuidpool zo koud blijft dat we van dit gebied niks te vrezen hebben. Maar dat veranderde met de satellietbeelden vanaf de jaren negentig: de ijskap op West-Antarctica krimpt wel degelijk. Bovendien wordt gevreesd voor instabiliteit op dit westelijk deel van het continent, waarbij fysische processen in de ijskap en in de ijskliffen een zeer complexe rol spelen. Hoop is er nu door een nieuwe ijsklifstudie van Amerikaanse en Britse klimaatwetenschappers. Zij concluderen dat de beruchte en belangrijke Thwaitesgletsjer stabieler lijkt te zijn dan eerder verondersteld. Als hij uit elkaar valt, zou dat namelijk grote gevolgen voor de zeespiegelstijging kunnen hebben. Toch is het laatste woord over dit gebied nog lang niet gezegd.

f0039-02.jpg

ZEE-IJS SMELT (EVEN) NIET

Het is een archetypisch beeld geworden: de eenzame ijsbeer op een kleine ijsschots, of zwemmend in ijsloos arctisch water. De reden is dat de Noordpool bovengemiddeld snel opwarmt, en dat verwacht werd dat het niet lang zou duren voordat de eerste ijsvrije septembermaand in de Noordelijke IJszee een feit was.

Maar het klimaatsysteem is chaotisch, en de zwartgalligste voorspellingen kwamen niet uit. Sterker nog, afgelopen juli bleek uit Amerikaans en Brits onderzoek, onder andere van de University of Exeter, dat er de laatste twintig jaar geen statistisch significante afname van het arctische zee-ijs zichtbaar is. Dit noemen zij met nadruk een ‘pauze’ in de afname, die nog wel vijf tot zelfs tien jaar kan aanhouden – als ze de modellen mogen geloven. Die pauze geldt voor zowel het oppervlak als het volume van het ijs.

Dit is niet de eerste verbazing: eerder was al opgevallen dat het arctische zee-ijs in de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog juist toenam. In de decennia daar-na veranderde dat beeld: satellieten namen een afname waar van bijna de helft van het totaal. Deze verontrustende observaties waren bepalend voor de toekomst-verwachtingen aan het begin van de 21ste eeuw. De reden dat het toch anders gelopen is, moet te maken hebben met de natuurlijke variabiliteit, over decennia heen, van oceaanstromingen. De kans bestaat dat na deze ‘pauze’ de afname juist versnelt.

f0039-01.jpg

VEILIGER VERKEER

Dat er door de jaren heen een gebrek aan orgaandonoren is ontstaan, heeft voor een belangrijk deel te maken met de verkeersveiligheid in Nederland. De huidige aandacht voor ongevallen met jongeren op fatbikes verhult niet dat de verkeersveiligheid met reuzenstappen vooruit is gegaan. In 1950 kwamen er 1021 mensen om in het verkeer. Nederland telde toen 10 miljoen mensen. Topjaar was 1972 met 3264 sterfgevallen. Ons land had toen 13,4 miljoen inwoners.

In 2008 stond in een rapport van het ministerie van Verkeer en Waterstaat: ‘Nederland is op grond van het lage aantal verkeersdoden wereldkampioen verkeersveiligheid.’ In het jaar ervoor waren 791 doden gevallen, op 16,3 miljoen Nederlanders. Die daling zette door. In 2024 telde Nederland op een bevolking van 17,9 miljoen mensen 675 doden. Vergeleken met de eeuwwisseling vallen er nu 42 procent minder doden.

Opvallend is wel dat er in coronajaar 2020 een ommekeer plaatsvond die lijkt aan te houden: er komen nu meer fietsers om dan automobilisten. Niet zozeer door roekeloze jongeren, maar door ouderen. In 2000 bestond de omvangrijkste groep van sterfgevallen uit mensen tussen de 20 en 30 jaar (toen 22 procent). Nu is de grootste groep 80 jaar of ouder (23,6 procent). In 2000 vormden zij nog een minderheid van de overlijdens: 6,7 procent.

Belangrijk ook: 1 op de 3 fietsers overlijdt zónder botsing, maar volkomen eenzijdig: ‘ongelukkig ten val gekomen’.

AFBEELDINGEN: ANP/RAMON VAN FLYMEN; OZANYILMAZ/SHUTTERSTOCK.COM; LEA RAE/SHUTTERSTOCK.COM