
Ligya zet zich in voor LHBTIQ+’ers “Ik ga niet in een hoekje zitten kniezen, ik kom in actie”
Maatschappelijk werker, activist en feminist Ligya Wachter (72) won afgelopen jaar de Bob Angelo-penning van het COC, vanwege haar inzet voor de LHBTIQ+ gemeenschap.
“Mijn moeder en mijn oma waren sterke vrouwen, die altijd positief bleven. Voor mij waren ze een groot voorbeeld. Ze waren zich zeer bewust van de positie van vrouwen in de maatschappij. Mijn oma was misdienaar in de kerk en werkte als vroedvrouw, mijn moeder was een aantal jaar alleenstaand en heeft altijd heel hard gewerkt om goed voor ons te kunnen zorgen. Ze leerden me hoe belangrijk het is om voor jezelf op te komen en dat je niet moet wachten op een man om iets voor je regelen. Je neemt gewoon zelf de regie in handen. Die levensles heb ik ook aan mijn twee zoons en dochter meegegeven. Voor mij was het een logische stap om me in te zetten voor de rechten van vrouwen. Ik kwam niet voor niets terecht bij maatschappelijk werk. Ik werkte in vrouwenopvanghuizen en bij het Leger des Heils. Het is al jaren geleden, maar vrouwenmoord, met een mooi woord femicide, was ook toen al aan de orde. En nog steeds zie je dat er veel kan verbeteren aan de positie van de vrouw.
Ook in mijn vrije tijd heb ik daar altijd de aandacht op willen vestigen. Omdat ik graag mijn netwerk van vrouwen wilde uitbreiden, sloot ik me via een oproep in het feministische tijdschrift Opzij dertig jaar geleden aan bij Black Orchid. Dat was een groep van vrouwen van kleur. Ik ben in 1975 vanuit Suriname naar Nederland gekomen. We maakten uitstapjes en gingen feesten, maar we schuwden ook de maatschappelijke discussie niet. Met discriminatie en racisme hadden we tenslotte allemaal te maken. We probeerden te bekijken hoe we als vrouwen voor onszelf konden opkomen. We hielpen elkaar, versterkten elkaar en vonden kracht bij elkaar.”
Tweede familie
“Na mijn scheiding kreeg ik een relatie met een vrouw. Daar was niet iedereen het mee eens. Mijn strenggelovige ouders waren er fel op tegen, want zo had de Bijbel het volgens hen niet bedoeld. Toen het contact er na een tijdje wel weer was, was het een onderwerp dat ik niet ter sprake kon brengen. Gelukkig waren mijn broers en zussen er niet zo op tegen en bleef het contact met hen warm.
Voor mezelf moest ik een weg zien te vinden om hiermee om te gaan en te kunnen leven in twee ‘werelden’. Ik ben niet iemand die in een hoekje gaat zitten kniezen, ik kom in actie. Daarom creëerde ik zelf mijn tweede familie: een groep vrouwen om me heen bij wie ik eindelijk mezelf kon zijn, en met wie ik alles kon delen. Eerst waren dat de vrouwen van Black Orchid, en later ook de dames van Mil Colores. Dat is een stichting vóór en dóór vrouwen met een etnische achtergrond. En natuurlijk ook de mensen die ik leerde kennen via de queer-gemeenschap, die me lieten voelen dat ik er mag zijn.
Tijdens een vrouwenweekend woonde ik een lezing bij van Astrid Roemer. Ze zei: ‘Waarom willen mensen altijd dat hun ouders goedkeuring geven voor wat ze doen in het leven? Zelfs in de slaapkamer? Dat doen ouders toch andersom ook niet?’ Het was een eyeopener voor me: het was mijn leven, dat ik kon leven zoals ík wil, zonder enige uitleg te geven aan mijn ouders. Dat heeft me enorm gesteund om op mijn manier mijn leven vorm te geven.
Ik was enorm verrast toen ik hoorde dat ik op 29 januari de Bob Angelo-penning kreeg. Dit is een onderscheiding voor mensen die veel hebben betekend voor de LHBTIQ+ beweging. Ik ben me er niet zo bewust van dat ik zó veel heb gedaan voor anderen in mijn leven. Maar toen tijdens de uitreiking het lijstje werd opgenoemd met alle manieren waarop ik me heb ingezet voor diversiteit en inclusie op alle vlakken en voor vrouwen en voor de queer-gemeenschap in het bijzonder, moest ik toegeven dat het best veel was. In het bijzijn van mijn kinderen en mijn vriendinnen nam ik de penning in ontvangst. Mijn missie is om maatschappelijk actief te zijn en te blijven. Op alle fronten. Ik zet me in voor vrouwen, voor de queer-gemeenschap, maar ik ben ook betrokken bij comité 30 juni/1 juli, dat zich bezighoudt met de herdenking van de afschaffing van de Surinaamse slavernij en de viering van Ketikoti. Het is belangrijk dat iedereen kan meedraaien in de maatschappij, ongeacht je afkomst, geaardheid of seksuele voorkeur.
De penning heeft een mooi plekje gekregen op een altaar in mijn woonkamer. Als ik ernaar kijk, voel ik me trots. Maar bovenal voel ik me ook enorm gesteund om mijn missie nog lang te voort te zetten.”
“Ik wil leven zoals ik wil, zonder uitleg te hoeven geven”

Eline richt Lenteland-boerderijen op “Ik wil iets achterlaten voor de volgende generaties”
Eline Veninga (44) won de Duurzame Dinsdag-prijs met de organisatie Lenteland. Bij deze organisatie ontwikkelde ze een ondernemersmodel, waar boer, burger en investeerder samenwerken aan een duurzame vorm van landbouw.
“Ik ben opgegroeid met twee grootvaders die allebei slager waren en hielp graag mee in de winkel. Ik draaide worsten of stond achter de toonbank. Ik zag daar hoe je op een verantwoorde manier met vlees kunt omgaan, wat eerlijke voeding is en hoe je een gemeenschap opbouwt. De praatjes met klanten waren zo waardevol. Van hen leerde ik die solidariteit, die in mijn werk bij Lenteland dagelijks terugkomt. Ook in mijn persoonlijke leven vind ik het belangrijk om op een goede manier voor mens en dier te zorgen. Ik ben bijvoorbeeld lid geweest bij een aantal groentetuinen waar je zelf je gewassen mag oogsten en mee kan helpen met de teelt. Op deze manier zie je een veel duidelijker verband tussen wat er op je bord ligt en wie het met liefde en vakmanschap voor je maakt dan wanneer je gewoon maar een zakje sla in de supermarkt koopt. Het heeft mij alleen maar nog bewuster gemaakt van de waarde.
Ik zal eten ook niet snel weggooien. Daarnaast eet je daardoor zo veel diverser, wat goed is voor je darmflora. Hoe diverser, hoe meer veerkracht je opbouwt voor als het even wat minder gaat. Zo leer je dat de gezondheid van de natuur in direct verband staat met jouw gezondheid.”
Ommekeer
“We kunnen wel wachten totdat de politiek met veranderingen komt, maar we kunnen beter zelf beginnen met de ommekeer. Het is bemoedigend om te zien dat steeds meer mensen anders gaan denken over hoe we ons voedsel verbouwen en consumeren. We hebben de natuur de afgelopen jaren totaal uitgeput, de bodem is vervuild en de waterkwaliteit is belabberd. Daar willen we met Lenteland verandering in brengen.
Daarom helpen we startende boeren om een bedrijf te beginnen waarin ze voedsel kunnen telen zonder gebruik van gif of kunstmest. Ze werken juist samen met natuurlijke processen, maken de bodem weer gezond en zorgen dat de biodiversiteit op die plek toeneemt. Dat doen de boeren niet alleen. Daarbij worden ze gesteund door omwonenden, mensen die mee-investeren en door het Lenteland-team. Samen zorgen we ervoor dat er een bedrijf ontstaat dat waardevol is voor de buurt en dat iets moois achterlaat voor de volgende generaties.
De boerderijen zijn coöperaties, waar iedereen mede-eigenaar van kan worden. Lenteland zorgt ervoor dat de boerderij nooit meer verkocht kan worden met een andere bestemming. Een lange-termijnplan dus, gedragen door de gemeenschap, in plaats van het kortetermijndenken van de laatste decennia. Toen ik hoorde dat Lenteland de Duurzame Dinsdagprijs had gewonnen, was ik even stil. Het is bijzonder om te merken dat ons werk wordt gezien en wordt gewaardeerd.
Inmiddels zijn er zeven Lenteland-boerderijen, waarvan er vijf al volop draaien. Als ik die plekken bezoek, verbaas ik me er telkens weer over hoe snel je de verandering ziet. Waar de grond eerst uitgeput was, hoor je nu vogels zingen en krioelt het in de bodem van het leven. De natuur herstelt zich echt wonderlijk snel, als je het maar de ruimte geeft.
De huidige boerderijen liggen in de provincies Gelderland, Brabant, Limburg en in Antwerpen en we zoeken een plek in Utrecht. We nemen de boerderij vaak over van boeren die geen opvolger kunnen vinden, zoals melkveehouders. Vervolgens zoeken we geschikte Lenteland-boeren. Die komen overal vandaan en werken in teams. De een weet alles van teelt, de ander komt uit de horeca of is goed in het betrekken van de buurt. Die mix werkt goed. Het is hard werken en het heeft zeker uitdagingen, maar als je het de boeren vraagt: ze zouden nooit meer ander soort werk willen. Op de boerderijen vind je grote tuinderijen, boomgaarden, akkers, kruidenrijk grasland met wat grazers en horeca. Buurtbewoners halen wekelijks groentepakketten en komen naar de boerderijwinkel. En ook als je verder weg woont, kun je meegenieten. Bijvoorbeeld door aan te schuiven bij een velddiner of door te overnachten in een tiny house of met je eigen tent of caravan midden in het eetbare landschap. Daar wakker worden is magisch.”
“De natuur herstelt zich echt wonderlijk snel, als je het maar de ruimte geeft”
Karin geeft les aan kinderen met autisme “Bij Jordi was een totaal andere aanpak nodig”
Karin van Buchem (63) geeft klarinetles aan Jordi (13), die autisme heeft. In de categorie ‘Leraar’ won zij de Autismevriendelijkheidsprijs van de Nederlandse Vereniging voor Autisme.
“Jordi kwam zo’n vier jaar geleden binnen op de muziekschool waar ik al veertig jaar lesgeef. Ervaring met leerlingen met autisme had ik niet. Natuurlijk is iedere les voor iedere leerling anders, maar bij hem moest ik echt voor een totaal andere aanpak kiezen. Omdat Jordi niet met mij spreekt, heb ik andere manieren moeten vinden om met hem te communiceren. Ik maak visueel duidelijk wat ik van hem wil weten, hou hem bijvoorbeeld een muziekstuk voor en probeer zijn reactie en zijn gezichtsuitdrukking te peilen.
Ik zie hem genieten als ik met hem meespeel of als we samen een duet spelen. We spelen van alles en nog wat, van klassiek tot oude volksliedjes. Ik geef hem ook bewust veel complimenten en merk aan zijn houding dat hij daarvan opbloeit en groeit. Dan zeg ik: ‘Dit gaat veel beter dan vorige week!’ Omdat werken met leerlingen met autisme nieuw voor me was, informeerde ik bij collega’s of ze met kinderen met autisme hadden gewerkt. Een collega kon me vertellen dat een leerling een paar keer was geweest, maar toen opeens was weggelopen.
Een andere collega had een leerling die een jaar op les was geweest en toen nooit meer was gekomen en ook nooit meer iets van zich had laten horen. Dat schijnt zo te werken als iemand met autisme zich niet prettig voelt. Je moet als docent echt het vertrouwen van de leerling zien te winnen en altijd geduldig blijven. Natuurlijk wil ik dat graag, maar ik heb helaas maar twintig minuten in de week. Bij Jordi pas ik me aan, zonder een woord te wisselen. Ik stap in zijn muziekwereld, zijn veilige bubbel, en dat vindt hij fijn. Het is dus belangrijk om de lessen met veel rust aan te pakken.
Hoewel het niet makkelijk is om met Jordi te communiceren, doe ik dat via de muziek. Er wordt gezegd dat mensen met autisme vaak uitzonderlijk getalenteerd zijn op een bepaald gebied. Jordi is hoogbegaafd en doet het fantastisch op school. Klarinetspelen is zijn passie. Muziek maakt hem vrolijk, ik zie hem naar me lachen. Zijn moeder kan me niet vaak genoeg zeggen dat Jordi opbloeit van de lessen.
Als ik op deze manier het verschil kan maken in het leven van Jordi zou ik hem het liefst elke dag lesgeven.”
Rustpunt in de week
“Ik probeer hem in de les altijd zo vriendelijk mogelijk te behandelen en zal hem nooit een verwijt maken als hij bijvoorbeeld een keer niet geoefend heeft. Ik geef Jordi veel ruimte om zijn eigen tempo te bepalen. Het creëren van een veilige en comfortabele omgeving is heel belangrijk. Verder benader ik Jordi zo veel mogelijk hetzelfde als mijn andere leerlingen, om hem de ruimte te geven te groeien met zijn leeftijdsgenoten in bijvoorbeeld het Jeugdorkest.
Ik hoor van Jordi’s moeder dat ze een happy en ontspannen kind terugkrijgt na de les. Het is voor hem een rustpunt in de week. Als Jordi komt of weggaat, dan zwaait hij altijd naar me. Dat blijf ik aandoenlijk vinden. We krijgen steeds beter contact en komen stap voor stap dichter bij elkaar. Ik ben nu op het punt dat ik grapjes met hem kan maken en hij daarom kan lachen. Ik vind het heel bijzonder dat ik hem met de klarinetles zulke mooie momenten kan bezorgen en dat we ieder jaar vooruitgang maken.
Lesgeven is mijn grote passie en deze eervolle prijs voelt als een kers op de taart. Ik was net even aan het wandelen toen ik werd gebeld dat ik de Autismevriendelijkheidsprijs had gewonnen. Jordi’s moeder had me ervoor opgegeven. De prijs betekent veel voor me en voelt als wederzijdse erkenning en begrip. Ik heb iedereen het beeldje en de bijbehorende oorkonde laten zien.
Via een collega heb ik inmiddels kennisgemaakt met een nieuwe leerling met autisme. Het meisje speelde blokfluit, maar wil nu ook graag klarinet leren spelen. Ze is anders en veel drukker dan Jordi, maar ik zie het alleen maar als een enorme uitdaging om ook haar op een goede manier les te geven.”
“Als docent moet je het vertrouwen van de leerling zien te winnen”

KLEDING LIGYA: JURK (ZALANDO), SCHOENEN (ZARA)/. KLEDING ELINE: JASJE (ZARA), TOP (JOSH V), BROEK (KING LOUIE)/. STYLING: MAARTJE VAN DEN BROEK (KARIN), KARIN VAN DER KNOOP, HAAR EN MAKE-UP: ASTRID TIMMER, KLEDING KARIN: NORAH (BROEK), DRYKORN (TOP), EXPRESSO (JASJE) ■
