‘Als het zo vaak gebeurt, dan mogen er weleens dingen gaan veranderen’
‘Ik vind het helemaal niet fijn om voor de camera te praten, maar ik wist wel dat ik iets met dit onderwerp wilde doen. Na het lezen van een nieuwsartikel vijf jaar geleden kwam ik erachter hoe vaak partnerdoding voorkomt in Nederland. Het was nieuwe informatie voor mij dat er per jaar zoveel vrouwen worden vermoord en er dus ook meer nabestaanden zoals ik zijn. Ik dacht toen wel meteen: als het zo vaak gebeurt, dan mogen er weleens dingen gaan veranderen. Zowel op het gebied van preventie voor de vrouw als voor de nabestaanden.
Vanuit die intentie ben ik zelf aan de slag gegaan en heb ik een team bij elkaar verzameld. Dus toen Sara Kolster er wel iets voor voelde om dit te filmen, gingen we aan de slag, met mij aanvankelijk achter de schermen. Tot zij na twee jaar zei: “Zonder jouw verhaal is er geen documentaire.” Daar moest ik wel even over nadenken. Toen we een keer een proefdag gingen draaien, wat uiteindelijk een best gezellige dag met veel lol werd, dacht ik: we gaan dit gewoon doen.’
Wat doet afwijzing met je?
‘Wij willen dat de documentaire ook een tool wordt om meer aandacht te vragen: eerst voor de kinderen van de slachtoffers. Maar indirect ook voor partnerdoding. We willen dat er minder slachtoffers komen en daardoor minder nabestaanden, dus we willen tegelijk zorgen dat er meer preventie komt. En nu is het natuurlijk de afgelopen maanden superveel in het nieuws geweest, maar dat was daarvoor niet zo.
De impactcampagne kan ervoor zorgen dat er echt dingen veranderen. Met die campagne willen we heel veel: experts aan het woord laten, educatie geven over wat femicide precies is, buurtvertoningen maar ook trainingen ontwikkelen, zodat jongeren ook meer leren over gendergelijkheid en over de vraag: wat doet afwijzing eigenlijk met je?’
Niet beschermd
‘Partnerdoding is een fatale uitkomst van iets wat al jaren niet goed gaat tussen partners. Er is sprake van intiem terreur, controle, jaloezie, geweld. Elke twee weken wordt er een vrouw om het leven gebracht door een partner of ex, en dat is vaak nadat zij de stap maakt om weg te gaan. Waarschijnlijk zijn er ook kinderen in het spel, er is een bepaalde afhankelijkheid, je bent verbonden door een hypotheek. En als er echt sprake is van huiselijk geweld, dan voelt iemand natuurlijk al veel langer die angst.
En dan kom je op een volgend punt: dat je niet meer wordt beschermd door de staat. Je kunt wel tien of twintig keer naar het politiebureau gaan en zeggen: ik word gestalkt, ik word lastiggevallen, maar de politie mag dan nog niks doen. En de pleger wordt ook geen maatregelen opgelegd. Dus wat dan? Je kunt naar een blijfvan-mijn-lijfhuis gaan, maar daar is niet altijd plek. En als er wel plek is, ga je dan van huis naar huis vluchten? Hoe lang houd je dat vol? Wat is de oplossing? Daarvoor heb je mentale hulp en strengere maatregelen nodig voor plegers. Het ligt nu nog veel te erg bij het slachtoffer.’
Voortekenen
‘Er was bij ons thuis sprake van controle, stalking en jaloezie, maar daar werden wij buiten gelaten. Ook al eerder in de relatie. Ik had niet verwacht dat mijn vader tot moord in staat was. Wel had ik maanden voor de moord, nadat mijn moeder had aangegeven te willen scheiden, de angst dat mijn vader mijn moeder iets zou aandoen. Het waren angsten, gedachten gevolgd door een gevoel, maar dat het echt zou gebeuren, dat kun je als kind niet bedenken.
Mijn vader was wel altijd een dominante man, maar fysiek werd het tot aan die ene avond niet. Als kind heb je door dat iets niet klopt, ik in ieder geval. Ik was vrij jong toen ik al tegen mijn moeder zei dat ze weg moest gaan bij mijn vader, omdat hij niet goed voor haar was. Dat zeg je niet als je niets doorhebt. Maar de woorden psychisch of seksueel geweld ken je op die leeftijd niet. Mocht je in zo’n situatie zitten die gevaarlijk voelt voor jou of je moeder: probeer alsjeblieft iemand in vertrouwen te nemen. Het liefst een volwassene. Het begint bij hulp vragen en zorgen dat je je nergens voor hoeft te schamen. Want er heerst nog veel te veel schaamte rondom dit onderwerp.’
Gebed zonder end
‘Mijn moeder was een onafhankelijke vrouw; ze werkte vijf dagen in de week, verdiende goed, het huis stond op haar naam. En dat je dan toch in zo’n situatie zit en niet weet hoe je daar uit moet komen. Het is ook zo moeilijk om hieraan te ontsnappen. Je kunt hulp vragen, maar hoe kom je daar weg? Dat is waarom we nu ook vastlopen in de samenleving: je komt er niet onderuit, omdat er geen maatregelen worden genomen tegen de pleger.
Want als er wél hulp was gevraagd bij ons, hoe was het dan verdergegaan? Moet je dan vluchten naar een ander land? Daar komt het nu een beetje op neer. Als een pleger het in zijn hoofd heeft gehaald om een vrouw iets aan te doen, gaat hij net zolang door tot het hem lukt.
Ik geloof in de juiste hulp voor beide partijen. Een slachtoffer kopieert vaak de relatie zoals zij die heeft gekend vanuit haar gezin van herkomst of patronen. En de pleger heeft vaak ook traumatische gebeurtenissen meegemaakt. Hulp en maatregelen, zoals het geven van een enkelband bij aangifte van geweld of stalking, zouden een eerste stap kunnen zijn.’
Praten over femicide
‘Ik vind het niet confronterend dat er nu bijna wekelijks over femicide wordt gepraat in de media. Ik ben er voor de documentaire ook alweer vijf jaar mee bezig. Sterker nog, ik voel vooral opluchting dat we eindelijk wakker zijn. Iets wat al jarenlang een probleem is, wordt nu eindelijk opgepakt. Er wordt steeds meer gepost, er komen demonstraties, de media springen er bovenop; dan heb je steeds meer kans dat er iets gaat veranderen.
Soms mis ik wel een stukje educatie. Er wordt veel gekopieerd zonder dat iedereen de juiste info of cijfers heeft. Gelukkig heeft onderzoeker Marieke Liem onlangs De Nederlandse Femicide Monitor gepubliceerd. En op onze website gaan wij ook in op de feiten.’
De rol van de media
‘Media die verantwoording nemen, dat miste ik na de moord op mijn moeder. Het was allemaal al zo heftig en de manier waarop er toen over mijn familie is geschreven, zorgde alleen maar voor nog meer schade. Er werden op een sensationele manier onwaarheden over ons verspreid, ze bedachten zelfs een naam voor de moord op mijn moeder: de Postcodeloterijmoord, alleen maar omdat de jackpot net bij ons in de buurt was gevallen. Je hebt geen idee hoeveel pijn je met woorden kunt veroorzaken als journalist.
Ik denk dat het inmiddels iets beter is geworden en dat steeds meer media het niet meer over een “crime passionnel” of “familiedrama” hebben. En dat telt mee, want de media hebben een belangrijke rol. Als zij niet erkennen dat het om vrouwenmoord, partnerdoding of femicide gaat, dan erkennen ze niet dat er een pleger verantwoordelijk is voor de moord, dat het een probleem is in de samenleving en dat aandacht en veranderingen belangrijk zijn. Zij kunnen bijdragen aan erkenning van het probleem. En dat is tot op heden niet gebeurd.’
Nabestaanden
‘Ook van andere instanties had ik achteraf gezien wel wat meer verwacht. Ik was zestien jaar en had in één klap mijn beide ouders verloren. Je ouderlijk huis wordt direct een plaats delict. De politie behandelde mij en mijn jongere zusje de eerste uren als verdachten, omdat wij ook in het huis aanwezig waren toen het gebeurde. Er was een lopend politieonderzoek, dus de normale gang van zaken bij het regelen van een uitvaart was ook niet van toepassing. We kregen te maken met meerdere rechtszaken, het ministerie van Justitie, je wordt verhoord door de advocaat van je vader – het is zoveel als je nog zo jong bent. Natuurlijk zijn er instanties als Slachtofferhulp en Jeugdzorg, maar we zijn door deze organisaties nooit geïnformeerd over fondsen of hulp voor nabestaanden. En los van alle rompslomp en het geregel, kwam er ook een financiële last op onze schouders te liggen. Femicide en partnerdoding was nog onzichtbaar, dus er was ook geen stappenplan voor praktische hulp of verwerking om te doorlopen. Dat is wat ik mis: meer zichtbaarheid en een duidelijk plan, zodat instanties de juiste informatie kunnen geven en nabestaanden op een goede manier kunnen doorverwijzen en bij kunnen staan.’
‘Met boosheid kun je niet leven, daar loop je op leeg in het leven’
Geen verwijten
‘Het was het zwaarste ooit, maar ik heb eigenlijk nooit iemand écht iets verweten. Ik ben boos geweest, dat wel gelukkig, want dat hoort er ook bij. Uiteindelijk vind ik dat je zelf verantwoordelijk bent voor hoe je je leven verder inricht en hoe je omgaat met het grote verdriet. Als je iemand toch iets verwijt, neem je zelf ook niet de volle verantwoordelijkheid voor je eigen leven. Dus ik heb mijn beide ouders daarin niets verweten. Ik had wel veel vragen voor mijn moeder. Kon je geen hulp vragen? Maar ik zie ook wel in dat wanneer iemand zo lang mentaal geweld wordt aangedaan, het moeilijk is om nog mensen om je heen te vertrouwen.
Met mijn vader is het lastiger. Ik kan hem zien voor wie hij is, met al zijn tekorten in zijn leven; ik heb hem vergeven op dit vlak.
Maar vergeving betekent niet dat je het vergeet en goedkeurt wat er is gebeurd. Met boosheid kun je niet leven, daar loop je op leeg in het leven. Er is vooral veel onbegrip geweest na de boosheid. Maar hij is er nog, hij leeft nog. Hij is nog ergens, ondanks dat ik hem niet zie. Ik kan in elk geval wel zeggen dat ik een gelukkiger leven leid dan hij op dit moment. Wat aan de andere kant ook weer verdrietig is, voor hem en ook voor zijn familie, die ik altijd als liefdevol heb ervaren.’
Blauwdruk
Wat doet het met je identiteit als je kind bent van zowel de pleger als het slachtoffer? Maeve (59), Roser (47) en de zussen Perla (33) en Aurora (35) verloren ieder op één dag hun moeder, hun vader en hun veilige thuis. De documentaire Blauwdruk wordt op 20 november om 22:30uur uitgezonden door Human op NPO 2 en is daarna terug te zien via NPO Start. ■
