
“We gingen al een aantal jaren in de decembermaand naar Thailand. Phuket was altijd de plek waar we onze reis begonnen. Rond de kerstdagen huurde ik normaal gesproken samen met mijn vader en zus een huisje aan het strand. Dat jaar, in 2004, had mijn zus besloten dat ze thuis zou blijven. Mijn vader en ik gingen dit keer dus met z’n tweetjes op pad. Ik was 21, had al mijn mooie spullen uit de kast getrokken en had onwijs veel zin om aan het strand te liggen en boeken te lezen. Twee dagen voor kerst kwamen we aan op de prachtige locatie. Er stonden bungalows rondom het zwembad, waar ik normaal gesproken altijd met mijn zus in zat, maar dit jaar huurden we de kamers die haaks op zee stonden. Een droomlocatie.”
‘DOOR DE ENORME KRACHT VULDE HET HUTJE ZICH IN NO TIME MET WATER’
Opgesloten
“De ochtend van de ramp belde ik mijn vader – we sliepen allebei in een eigen hutje, hij zat twee of drie kamers verderop – met de vraag of hij al klaar was voor het ontbijt. Hij gaf aan dat hij zo uit bed zou komen en dat we elkaar over een kwartiertje zouden zien. In de tussentijd liep ik naar de badkamer, deed mijn bikini vast aan en stond mijn tanden te poetsen toen ik ineens gerommel hoorde vanuit de richting van mijn voordeur. Ik kon niet direct plaatsen waar het geluid vandaan kwam, dus liep ik de kamer in. Het eerste wat ik opmerkte toen ik de badkamer uitkwam, was dat er onder die deur, waar allerlei kieren in zaten, allemaal zwart water naar binnen kwam stromen. Ik dacht dat er rioolwater naar boven gekomen was. Zonder al te lang na te denken, pakte ik mijn koffer van de vloer en legde die op het bed, bang dat mijn kleren voor de rest van de vakantie vies zouden worden. Toen ging het ineens heel snel. Voordat ik er erg in had, brak door de kracht van het water de onderkant van de deur af. Door de enorme kracht vulde het hutje zich in no time met water.
Ik had geen idee wat ik moest doen. Dat water was zo krachtig en doordat het zo snel naar binnen stroomde, kon ik er niet meer uit. Ik was opgesloten in een kamer die zich helemaal vulde met water. Het enige wat ik kon denken, was: dit is heel erg mis en dit overleef ik niet. Ik kon nergens heen, dus het idee dat ik zou verdrinken, was in mijn hoofd heel reëel. Volgens mij heb ik het zelfs hardop geroepen, terwijl ik me met alles wat ik in me had aan het matras, dat door de kamer heen ging drijven, vasthield. ‘Ik ga dood, ik ga dood,’ bleef ik herhalen.”
Tweede golf
“Bij mijn vader liep het water nog veel sneller naar binnen, tot het plafond eruit klapte en hij weer wat lucht kreeg. Vlak voordat ik zelf kopje-onder zou gaan, stroomde de kamer ineens helemaal leeg. Waarschijnlijk was dat het moment dat de zee zich terugtrok en zich klaarmaakte voor een nieuwe golf. Mijn vader kon toen naar mijn kamer toe lopen en trok me onder de deur door naar buiten. Volledig beduusd maar opgelucht stonden we samen buiten mijn hutje, we hadden geen idee wat er was gebeurd. We hadden nog nooit van een tsunami gehoord. Daardoor dachten we in eerste instantie dat het bij die ene golf zou blijven, een eenmalig iets wat we allebei gelukkig hadden overleefd. Op dat moment konden we alleen nog maar praktisch denken. We moesten de belangrijkste spullen redden, zoals onze paspoorten, zodat we in ieder geval weer veilig naar huis konden. Mijn vader was net terug bij zijn kamer, toen de tweede golf kwam. Ik hoorde alleen maar gegil en ‘Another one is coming!’
Op dat moment stond ik voor de kamer onder de overkapping, zonder enige bescherming. Toen mijn vader zag dat er opnieuw gevaar aankwam, zei hij dat ik me aan een van de palen van de overkapping moest vasthouden. Ik greep me stevig vast, toen de tweede golf over ons heen kwam. Deze was misschien nog wel gevaarlijker dan de eerste, want in het zwarte water zat nu ongelofelijk veel puin dat met grof geweld de kust op stroomde. Helaas verloor ik door de kracht van het water al snel mijn grip op de paal. Op dat moment liet ik los en liet ik me meedrijven door het water. Het ging ontzettend snel. Ik werd meegesleurd door de stroming, waarbij ik voor het grootste deel onder water was, maar ik kon mijn hoofd gelukkig nog net boven water houden om te kunnen rondkijken. Tussen al dat geweld door zag ik ineens het hokje van de receptie, of wat er nog van over was. Het enige wat er nog stond, waren een paar palen met daartussen kapotte glazen scherven.
Ik dreef er in de buurt langs, maar het was niet zo dat ik zomaar een paal kon grijpen. Ik moest echt moeite doen om mezelf in die richting te manoeuvreren. Het lukte me om een van de palen te bereiken. Het was niet de ideaalste paal om me aan vast te klampen, maar ik greep hem stevig beet. Het water kwam op dat moment tot aan mijn schouders, maar gelukkig kon ik met mijn voeten net de bodem aanraken. Daar vond ik heel even de rust om te overdenken wat er zojuist was gebeurd.”
‘Ik hoorde alleen maar gegil en ‘ANOTHER ONE IS COMING!’’

Gewond en alleen
“Hoelang het duurde weet ik niet, maar op een gegeven moment trok het water zich terug naar de zee. Het enige wat ik op dat moment kon denken, was dat de wereld verging, want nu was het zeker dat het niet om een eenmalige golf ging. Ik had geen idee wat er allemaal nog zou komen. Ik wilde alleen maar in veiligheid komen en mijn vader vinden. Daarom besloot ik, net als een heleboel andere mensen, te proberen om op een dak te klimmen. Zodra het kon, klom ik langs een grote gevel – via een struik – naar boven en kwam op een balkon terecht. Daar trokken anderen me een dak op. Het gebouw was ongeveer drie verdiepingen hoog, ik was enigszins veilig, al had ik tijdens het klimmen wel een flinke wond op mijn buik opgelopen. Toen ik op het dak stond, waren er beneden geen golven meer te zien. Alles om me heen was één grote vlakte van bruin water, een enorme puinhoop. Twee golven hadden inmiddels al het puin meerdere keren heen en weer gesleurd. Beneden zag ik lokale bewoners rondlopen, die vanaf de grond spullen naar boven gooiden. Op andere daken zag ik ook mensen die zichzelf in veiligheid hadden gebracht. Het dak waarop ik was beland, moet van een hotel zijn geweest, want het stond vol met toeristen. Ik denk dat we er met een stuk of dertig mensen stonden. Ze kwamen op mij heel rustig over, of leek dat zo omdat ik zo in paniek was? Ze probeerden me in ieder geval te kalmeren. Ik had mijn vader al een hele tijd niet gezien, dus dat hield me constant bezig. Ik had geen idee of hij de laatste golf had overleefd. Het deed me dan ook veel als mensen zeiden dat het wel goed zou komen. Zij hadden makkelijk praten, zij stonden daar met hun hele gezin. Ik was alleen.
Een jaar daarvoor waren we mijn moeder aan longkanker verloren, dus ik was heel bang dat ik in twee jaar tijd mijn beide ouders zou verliezen. Je merkt ook ineens dat je, wanneer je leven op het spel staat, toch egoïstisch gaat denken. Normaal gesproken zou ik een stapje achteruit doen en andere mensen helpen, maar op het moment dat er spullen vanuit de beneden gelegen winkeltjes naar boven werden gegooid, pakte ik direct wat ik nodig dacht te hebben. Ik had alleen maar een bikini aan, dus ik wist dat ik schoenen en een shirt nodig had om veilig door het met puin bezaaide water te kunnen lopen. Ik ben ook zelf een verdieping lager geklommen om flesjes water uit een verlaten schoonmaakkar te halen.”
Opnieuw paniek
“Ondertussen hield ik contact met de anderen op het dak en keek ik rond in de hoop dat ik mijn vader zou vinden. Toen was hij daar ineens! Hij liep door het water, gewond aan zijn benen en zonder bril. Ik was ontzettend opgelucht toen ik hem zag. Ik had steeds geprobeerd hoop te houden, durfde er niet aan te denken dat hij onder water was terechtgekomen en was meegesleurd. Hij zag slecht, dus ik probeerde hem te roepen en te vertellen dat hij een dak op moest. Helaas was hij best ver weg. Hij hoorde mij en andere mensen vanaf de daken wel schreeuwen dat hij ergens naar boven moest klimmen, maar hij herkende mijn stem niet direct. Hij was sinds die tweede golf – ik denk dat ik een halfuur op het dak zat toen ik hem zag – naar mij op zoek geweest, maar had zelfs nu nog steeds niet de bevestiging dat ik nog leefde. Op het dak waar we stonden, waanden we ons heel even veilig, tot er weer paniek uitbrak.
‘IK STOND DAN WEL OP EEN REDELIJK VEILIGE PLEK, MAAR IK HAD GEEN IDEE OF MIJN VADER HET HAD OVERLEEFD’
Ik verloor mijn vader opnieuw uit het oog toen we besloten dat we daar weg moesten, al had ik voordat ik ging, nog naar hem geroepen dat hij niet veilig was op de plek waar hij was beland. Maar omdat hij een wond op zijn voet had en daar druk mee bezig was, hoorde of zag hij me toen weer niet.
Uiteindelijk belandde ik op straat, lopend door het met puin gevulde water. Op dat moment was ik heel blij met de schoenen die ik had gevonden, want je hebt geen idee wat er zich allemaal onder je voeten afspeelt. In het zwarte water lagen allerlei brokken puin, glas, stukken hout. Je kon niets zien, met blote voeten was ik er een stuk gehavender uitgekomen. Gelukkig kende ik de weg een beetje, dus besloot ik naar een plek te lopen waar ik misschien mensen kende die me konden helpen. We bleven lopen, weg van de zee en zo ver mogelijk omhoog.
‘Zo bijzonder dat een onbekende ZIJN LEVEN OP HET SPEL ZETTE om mij te helpen’
Het bizarre was: aan het einde van de straat zaten mensen bij een barretje gewoon een drankje te drinken. Die hadden niet eens door wat zich een aantal meter verderop had afgespeeld. Bij dat barretje in de buurt stond een pick-uptruck van de politie waar gewonden in zaten. Onze hoop was dat het in het ziekenhuis veilig zou zijn, dus sprong ik erin. Het ziekenhuis voelde als een logische plek om naartoe te gaan, al had ik geen idee waar dat gebouw stond en of dat niet ook volledig was verwoest door de zee. Toen we er arriveerden, merkte ik al snel dat het personeel geen idee had wat ze overkwam met de enorme hoeveelheid patiënten die in één klap binnenkwam. Er was helemaal geen systeem waarmee iedereen kon worden geregistreerd. Ik weet nog dat ik een polsbandje om kreeg waarop ik mijn naam moest schrijven. Dat vond ik raar, want ik wist zelf heel goed wie ik was en hoe ik heette. Ook op dat moment was ik blij dat ik die schoenen aanhad, want de vloer was rood van het bloed. Er werden ondertussen steeds meer gewonden binnengebracht, waardoor nog duidelijker werd hoe groot deze ramp daadwerkelijk was. Ik heb mensen voor de deur zien doodgaan, omdat ze zo zwaargewond waren dat ze het ziekenhuis niet haalden. Op zo’n moment besef je dat je ongelooflijk veel geluk hebt gehad. Toch was ik vooral bezig met mijn vader. Hij zat misschien nog op dat dak en ik was in de veronderstelling dat er nadat we waren gevlucht nog een golf was gekomen. Ik wist niet dat dat niet zo was, dus hoopte ik vooral dat hij net als ik naar een veilige plek was gegaan. Niet heel veel later brak er weer paniek uit. Rondom het ziekenhuis reden allemaal brommertjes rond die precies klonken zoals het geluid van de zee die op ons was afgekomen. Een ronkend, rollend geluid.
Daardoor begonnen mensen ineens te gillen, waardoor ook wij schrokken en gingen rennen. We sprongen in een auto en reden naar het hotel van Sarah, een Canadees meisje dat ik had ontmoet in de wachtruimte. Haar hotel lag op een berg en vanaf daar kon je de zee zien liggen. Daar voelde ik me voor het eerst veilig. De manager was een Nederlander die via zijn moeder te horen had gekregen dat het om een tsunami ging. Ik gaf bij hem aan dat ik mijn vader kwijt was en hem wilde gaan zoeken. Hij liet weten dat hij met me mee zou gaan naar het rampgebied om me te helpen. Dat vond ik zo heldhaftig. Dat iemand die mij niet kent zijn leven op het spel zet om samen met mij mijn vader te gaan zoeken. Echt heel bijzonder.
We besloten eerst naar het ziekenhuis te gaan om te kijken of mijn vader daar inmiddels was geweest. In de tussentijd was buiten het ziekenhuis een bord neergezet met namen erop. Namen van mensen die gewond waren, namen van mensen die overleden waren en foto’s van overledenen die nog niet waren geïdentificeerd. Ik zag gelukkig heel snel mijn vaders naam staan, in de kolom met gewonden. Ze wisten me te vertellen dat hij gewond was geraakt aan zijn voet, maar dat hij was teruggegaan naar het rampgebied om mij te zoeken. Om te voorkomen dat we elkaar weer mis zouden lopen, schreef ik mijn naam achter die van mijn vader op het bord, samen met het telefoonnummer van het hotel. We gingen terug naar het hotel, waar we al heel snel een belletje kregen van mijn vader. Die avond, rond een uur of zes, konden we elkaar in het ziekenhuis eindelijk weer in de armen sluiten.”

Samen verwerken
“Het gekke is dat ik me weinig van dat moment kan herinneren. Alleen de feitelijke dingen herinner ik me, maar het emotionele stuk kan ik niet terughalen. In de dagen die volgden konden we niet van het eiland af. We hadden gelukkig wel onze paspoorten, vliegtickets en een creditcard, want wonder boven wonder waren de kluisjes intact gebleven.
De volgende dag zijn we teruggegaan naar het rampgebied om met onze eigen ogen te zien wat er van was overgebleven. Het water was weg, maar alle zooi lag er nog. Speedboten op de huisjes, auto’s op elkaar gestapeld. Het was afschuwelijk om te zien dat er op de stranden alweer mensen zaten te zonnen, terwijl je rook dat er nog mensen onder het puin lagen. We hebben er toen bewust voor gekozen het land niet te verlaten. Misschien klinkt het vreemd, maar we wilden onze vakantie gewoon afmaken, zoals we het hadden gepland. Wel op een andere locatie, waar we de rust vonden om alles samen te verwerken. Thuis zou iedereen natuurlijk willen weten hoe het was, maar daarna ging het dagelijkse leven weer door, want niemand had dit meegemaakt. Door te blijven, kon ik het beter verwerken, want we werden voortdurend geconfronteerd met de beelden en verhalen.
‘BIJ EEN BAR ZATEN MENSEN GEWOON EEN DRANKJE TE DRINKEN, ZE HADDEN NIETS GEMERKT’
In de jaren daarna deed ik, voordat ik ergens naar het strand ging, altijd eerst onderzoek of er een kans was op een tsunami, door te kijken waar bepaalde breuklijnen lagen. Die angst zat er nog jaren heel erg in. Ik had niet alleen een flink litteken op mijn buik overgehouden aan de ramp, maar ik was me er enorm van bewust dat het leven elk moment voorbij kon zijn en dat er zo veel dingen zijn die je simpelweg niet in de hand hebt. Ik wist nu dat de dood je zomaar kan overvallen. Iets wat ik eerder ook al had ervaren toen mijn moeder ziek was, dus dat heeft lang daarna nog wel door mijn hoofd gespeeld. Pas vorig jaar ben ik na twintig jaar teruggegaan naar Phuket om het af te sluiten. Als ik terugkijk naar alles wat er is gebeurd, voelt het nog steeds als een wonder dat mijn vader en ik dit hebben overleefd. We hebben ontzettend veel geluk gehad. Dat we hier nog samen over kunnen vertellen, is heel bijzonder. Wat ik me vooral heb gerealiseerd, is dat de natuur een kracht heeft waar je nooit van kunt winnen. Het blijft bizar te beseffen dat er inmiddels heel veel jonge mensen zijn die zijn geboren na 2004 en dus geen idee hebben dat deze tsunami heeft plaatsgevonden. Daarom vind ik het belangrijk om mijn verhaal te blijven vertellen. Ook aan mijn eigen kinderen, nu vijf en acht jaar oud, leg ik zo goed mogelijk uit wat hun moeder en opa destijds hebben meegemaakt. Zodat zij begrijpen hoe bijzonder het is dat wij er nog zijn.” ■
